



Metropoolregio Amsterdam
Economische kracht, aantrekkelijk investeringsklimaat, quality of life en internationale luchtverbindingen scoren hoge ogen op de lijstjes van metropolitane waarden. In de stedelijke (mega)regio’s concentreert zich immers de innovatie en sociale emancipatie. Door globalisering zijn de zogenaamde global city regions ook steeds meer internationaal georiënteerd. Waar staat de Metropoolregio Amsterdam in dit concurrerende veld van metropolen?


Thema: Water
De hevige regenbuien van afgelopen zomer zijn niet toevallig. Het klimaat verandert. Nederland krijgt te maken met hogere temperaturen, meer neerslag, een stijgende zeespiegel en meer extreme situaties. Ruimtelijke opgaven voor waterberging, waterveiligheid en waterbeheer veranderen. Helaas hebben technische oplossingen of nieuwe vormen van recreatie (plus economische voordelen) vaak de overhand. Waterveiligheid lijkt belangrijker dan ruimtelijke kwaliteit, ruimtelijk ontwerp en aandacht voor het landschap. Toch moeten we niet vergeten dat meer aandacht voor kwaliteit kan leiden tot een inhoudelijke meerwaarde, snellere procesgang en goedkopere oplossingen. Integraal, gebiedsgericht en grensoverschrijdend werken is daarbij cruciaal. Een andere mindset van bestuurders, planners en ontwerpers eveneens.


Thema: Cijferstad
Cijfers spelen een steeds grotere rol in de stedenbouw. ‘Softe’ kwaliteiten worden afgeleid van harde parameters, ontwerpen worden niet alleen getekend of nagerekend met de computer maar ook daadwerkelijk ontworpen. Deze manier van stedenbouw gaat niet over de menselijke maat, niet over de spontane stad, niet over licht, lucht en ruimte of de stad als creatieve broedplaats, maar of en hoe deze ambities te berekenen zijn. Heeft de ontwerper dan geen rol meer? Nee, zolang hij de parameters ontwerpen kan, is er nog genoeg eer te behalen. Voorbeelden genoeg in deze editie!


Thema Fiets
‘Je neemt hier gewoon de fiets. Iedereen fietst. Je zou niet weten hoe het anders moet.’ Fietsen is zo vanzelfsprekend in Nederland, dat we ons nauwelijks meer bewust zijn van de gevolgen die het heeft op ons land, onze cultuur en onze steden. De voordelen van fietsen zijn onmiskenbaar, maar langzaam worden ook de nadelen van de groei zichtbaar: de steden raken letterlijk verstopt met fietsen. Zoals de auto in de jaren zestig en zeventig de fietser verdreef, zo dreigt de fietser nu de voetganger te verdrijven. De fiets is voor onze steden zegen en vloek tegelijk: hoe versterken we de succesvolle kanten en hoe lossen we de problemen op?


Tussentijd
Tussentijd, een ‘gat’ in de planvorming waarin, buiten de formele instituties om, alternatieve wijzen van architectuur, stedenbouw en ruimtelijke ordening worden uitgeprobeerd. Kraakbolwerken, kunstprojecten of initiatieven van urban pioneers. Zo zag de vakwereld de tussentijd een hele poos. Door crises en veranderende manieren van werken (kleinschaliger, bijvoorbeeld) zijn tijdelijke initiatieven aan de orde van de dag. Wordt de tussentijd het nieuwe instrument voor planvorming, een nieuwe strategie? Niet van ‘stad maken’, maar van ‘stad zijn’?


Olympic Cities
De megasportevenementen van 2012, de Olympische Spelen in Londen en het EK Voetbal in de Oekraïne, zorgen voor een koortsachtig enthousiasme onder de bevolking en een haast onmogelijk hanteerbaar publiek beslag op stad en staat. De vele sponsorregels, veiligheidseisen, bouw van nieuwe stadions en een heel Olympisch dorp hebben voor, tijdens en na afloop van het evenement een grote impact op de stad. Wat blijft er uiteindelijk over van die grootse plannen, projecten en bouwwerken? Met andere woorden: wat wint de stad en de bevolking er eigenlijk mee?
Frits van Dongen vertelt in het eerste grote interview met de nieuwe rijksbouwmeester hoe we kunnen leren van de Gouden Eeuw, Willem Salet laat de echte minister ruimtelijke ordening opstaan en Michelle Provoost trapt haar reeks columns in 2012 af met een mooi verhaal over Shenzhen. Hugo Priemus geeft zijn visie op de nieuwe ruimtelijke planningsdoctrine, het CPB reageert op de kritiek die Peter Noordanus eerder leverde op het rapport ‘Stad en Land’ en de nieuwe omgevingswet wordt vanuit twee invalshoeken bekeken.


Brainport Eindhoven
Eindhoven is booming! Met de Brainport Eindhoven als klapper. Hier bevinden zich Nederlands meest productieve bedrijven en instituten voor technologie en kennis. Op de kaart zijn de grenzen van deze ‘slimste regio’ van Nederland niet duidelijk aan te geven. Het is een netwerkeconomie met talloze samenwerkingsverbanden, ook over de landsgrenzen heen. Wat is het geheim van dit succes? Is het de typische Brabantse mentaliteit waarbij plannen en afspraken in een sfeer van wederzijds vertrouwen worden gemaakt? En wat kunnen andere regio’s hiervan leren?
Daarnaast blikt Hans van der Cammen terug op vijftig nota’s voor nationaal ruimtelijk beleid, laat Anne Luijten zien hoe de jonge generatie stedenbouwkundigen denkt over het vak en geeft Peter Noordanus zijn ongezouten mening over het verstedelijkingsbeleid. Lucas Verweij legt zich toe op het moneyshot en Sjors de Vries ziet een echte trendbreuk in de ruimtelijke ordening.


SVIR (Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte)
Minister Melanie Schultz (IenM) heeft niets tegen België. Hoe daar het land wordt ingericht, zonder al te veel ingewikkelde regelgeving – dat is een mooi voorbeeld voor Nederland. Volgens de nieuwste plannen van de minister wordt er daarom fors gekapt in het woud aan regels, zal het Rijk een minder centrale rol vervullen, en komt er meer ruimte voor het lokale initiatief. Verantwoordelijkheden die altijd bij de overheid lagen, verplaatsen naar andere spelers (provincies en gemeenten). Wat betekent dit voor de ruimtelijke ontwikkeling in Nederland? Liggen Belgische toestanden op de loer?
Verena Balz (TU Delft) laat zien hoe we energie uit reststromen kunnen halen. Dirk Sijmons vertelt over zijn nieuwe aanstelling als hoogleraar landschapsarchitectuur aan diezelfde TU. Erwin van der Krabben pleit voor een terughoudend grondbeleid, en volgens Luuk Oost, Herman de Wolff en Friso de Zeeuw hebben rood en groen nieuwe huwelijkse voorwaarden nodig.


S+RO 4/2011: Enge Stad
Leefbaarheid en veiligheid zijn onlosmakelijk verbonden met de ontwikkeling van de stedelijke omgeving. En hoewel er steeds meer camera’s in het straatbeeld verschijnen, lijken we ons niet veiliger te voelen. Filmpjes van de recente rellen in Londen, Parijse toestanden van destijds en uitzonderlijke beveiligingsmaatregelen bij voetbalwedstrijden laten letterlijk zien dat we ons in een steeds beter bekeken en gereguleerde wereld bevinden. Of die maatregelen steden daadwerkelijk minder eng maken, dat is nog maar de vraag. Wat kan de stedenbouwer er aan doen?
Lucas Verweij heeft nog nooit in een hoofdstad gewoond, realiseert hij zich nu hij leeft in metropool Berlijn. Steven Ducatteeuw kijkt met Vlaamse ogen naar de Belgische toestanden in Nederland. En Huub Droogh geeft een kijkje in de Poolse planningskeuken. Maar onze gedachten gaan op dit moment vooral uit naar de nabestaanden van Luc Vrolijks, die tijdens zijn vakantie plotseling overleed. Kort voor zijn dood schreef hij een mooi artikel over planvorming in New York en Amsterdam. De redactie wenst alle betrokkenen veel sterkte met het verwerken van dit grote verlies.




In dit nummer: EUROPA
Nederland loopt steeds minder warm voor de Europese Unie (EU). Ook andere lidstaten zijn niet erg enthousiast over een Europese ruimtelijke ordening. In dit thema van S+RO komen twee soorten Europese ruimtelijke ordening aan de orde: de directe (letterlijk grensoverschrijdende) en indirecte. Daadkracht en visie lijken vooral van private en regionale partijen afkomstig, terwijl de nationale overheden vooral langs geopolitieke lijnen hun economische belangen veiligstellen. Maar via de achterdeur van het sectorale beleid maakt Europa wel veel projecten mogelijk of onmogelijk.
Lucas Verweij pleit voor traagheid, Joris van Casteren ging terug naar Almere en Anne Luijten spreekt met Erik Luiten over het einde van de scheiding tussen stad en land. Het levendige debat over de politieke hervorming van de ruimtelijke ordening (Willem Buunk in S+RO 1/2011) krijgt een vervolg met reacties van Luuk Boelens en Tom Maas.


(deze editie is uitverkocht)
In dit nummer: Crisis en RO
'Terugschakelen naar tempo van bewoners en gebruikers vraagt om maatwerk.'
De stad is de afgelopen decennia in een te hoge versnelling gekomen. Mede door de economische crisis hapert en pruttelt de motor van stad en regio. Het is tijd om terug te schakelen naar het tempo van bewoners en gebruikers. Dat vraagt om maatwerk, met oplossingen gebaseerd op regiospecifieke identiteiten. Samen met bewoners, bedrijven en overheden kan de vakwereld opnieuw betekenis geven aan de stedenbouwkundige en planologische professie. Een nieuw bewustzijn is noodzakelijk.
Lucas Verweij is als nieuwe vaste columnist ‘onze man in Berlijn’. De enige Europese stad die geen crisis kent. Joost Kingma laat zien hoe je in tijden van crisis kunt bouwen met allure. En Jaap Modder bevraagt Coen Teulings (directeur CPB) over het hedendaagse ruimtelijkeordeningsbeleid. Dat zou meer oog mogen hebben voor schaalgrootte en locatievoordelen.


Het Ministerie VROM is voltooid verleden tijd, voor de redactie van S+RO aanleiding om in dit laatste nummer van 2010 met u de opgaven op het gebied van de (nationale) ruimtelijke ordening onder de kerstboom te overpeinzen. De inhoudsopgave, het redactioneel en de introductie op het nummer zijn hier te downloaden (alleen na inlog met gratis My Nirov-account).


Ondanks stelselmatige schaalvergroting, intensivering en modernisering van het boerenbedrijf is het gemiddelde inkomen van Europese boeren sterk achteruitgegaan. Ook in Nederland staat de toekomst van de land- en tuinbouw onder druk. Mogelijkheden voor alternatieven zijn beperkt. Een beloftevolle ontwikkeling ligt in de verbinding tussen de agrarische sector en steden. Zeker nu wereldwijd het besef groeit dat de energie- en voedselschaarste alleen samen aangepakt kunnen worden, en steden daarin een sleutelrol vervullen. Het thema van S+RO 5/2010 verkent die rollen.
Voormalig Vlaams bouwmeester Marcel Smets ziet gouden tijden voor de stedenbouw in Vlaanderen. Guus van de Hoef en Peter Paul Witsen buigen zich over de gebiedsontwikkeling na de crisis. Het planproces rondom de herontwikkeling van het gebied bij de Limburgse cementfabriek ENCI wordt uit de doeken gedaan door Victor Coenen en Geert Hendrickx, en Rudy Stroink brengt zijn ideale wereld onder woorden. Tijs van de Boomen neemt pauze met wat kunst en Wouter Vanstiphout voorziet de wederopbouwmentaliteit van Rotterdam van een kritische noot.
Klik hier voor de inhoudsopgave


S+RO 4/2010: Economie & Ruimte
Economische groei is van oudsher de financiële motor achter veel ruimtelijke ontwikkelingen. Tegelijkertijd kan ongestuurde en ongebreidelde economische groei desastreus zijn voor de ruimtelijke inrichting van een land. Economisch beleid is in Nederland vooral economisch structuurbeleid gericht op specifieke sectoren. EZ heeft mede daardoor geen oog voor de bijdrage die een goede samenhang tussen verstedelijking en infrastructuur levert aan onze welvaart. De relatie tussen verstedelijking en infrastructuur zou echter nadrukkelijk onderwerp moeten zijn van generiek economisch ontwikkelingsbeleid. Dit themanummer onderzoekt de mogelijkheden.
In de ‘S van Stedenbouw’ een interview met Wytze Patijn, decaan aan de faculteit Bouwkunde van de TU Delft. ‘Stedenbouw komt terug,’ is zijn boodschap. Foto’s van Jabik de Vries laten zien hoe IJburg in het landschap van de nacht tot stand is gekomen. En jonge gebiedsontwikkelaars wisselen in een rondetafelgesprek hun toekomstidealen uit. Tijs van den Boomen wandelt met Pegman door Veenendaal en Wouter Vanstiphout maakt kennis met de betrokkenheid van Iranese studenten.
Klik hier voor de inhoudsopgave.


S+RO 3/2010: WeCity
Zelf bepalen hoe onze woon- en leefomgeving er uit ziet, daar gaat het thema We-City over. Een verkenning van de mogelijkheden om vorm te geven aan zelforganisatie in planning en stedenbouw. Deze organische, bottom-up of informele stedenbouw behelst ontwikkelingen op kleine schaal, diversiteit, bouwen naar behoefte, activisme en maatschappelijke betrokkenheid.
In de S van Stedenbouw ziet Maurits de Hoog nieuwe perspectieven voor de stedenbouw, door uit te gaan van het beheer van de openbare ruimte, en stelt rijksbouwmeester Liesbeth van der Pol dat stedenbouw alleen nog maar van onderop kan komen.
Wil Zonneveld en Verena Balz nemen het Atelier Zuidvleugel onder de loep en Noud Köper doet een voorzet voor de contouren van de ZERO (Zesde Nota Ruimtelijke Ordening). Tijs van de Boomen begeeft zich in de augmented reality en Wouter Vanstiphout legt uit waarom stedenbouw politiek is.
Klik hier voor de inhoudsopgave.


S+RO 2/2010: Megasteden en nieuw vakmanschap
Onze wereld groeit de komende decennia met 2,3 miljard naar 9,15 miljard mensen in 2050. Een duizelingwekkende verstedelijking met enorme geopolitieke en ecologische gevolgen. Waar planning van de ruimte in Nederland op zijn retour is, is het elders in de wereld alleen maar méér nodig. Zo bewijst het thema Megasteden. In de S van Stedenbouw vertellen Riek Bakker en Rients Dijkstra hoe zij werken aan integrale stedenbouw. Pieter van Wesemael pleit voor nieuw vakmanschap, met een sleutelrol voor onderzoek, kennis en reflectie. Hoe kansloos kantoren zijn laat Tijs van den Boomen zien en Wouter Vanstiphout vraagt zich af of er een andere politiek van ontwerpen nodig is voor leefbare wijken. Klik hier voor de inhoudsopgave.


S+RO 1/2010: Trends en veel nieuws!
In het eerste nummer van 2010 staan trends in de ruimtelijke ordening centraal, veranderingen op alle schaalniveaus en in alle sectoren. Ook krijgt de stedenbouw krijgt een meer prominente plek. In een speciaal katern komen ontwerpers zelf aan het woord. Dit keer zijn dat: Ton Schaap, Gert Urhahn, Walter de Vries en Frank van den Beuken. Twee vaste columnisten, Wouter Vanstiphout en Tijs van den Boomen, delen hun dagelijkse ervaringen en observaties. Naast goede fotografie is er meer oog voor kaarten, plannen, ontwerpen, tekeningen en infographics. Klik hier voor de inhoudsopgave.
S+RO 1/2010 is helaas uitverkocht.
Attenderingsservice inhoudsopgave S+RO
Via de mail op de hoogte blijven van de inhoud van S+RO? Een week voor verschijning van het tijdschrift ontvangt u de inhoudsopgave van het nieuwe nummer.




Naast de 'harde stad' van architecten en stedenbouwkundigen, de stad zoals deze wordt bedacht, ontworpen, gebouwd, gereguleerd en beheerd, is er een 'zachte stad' van gebruik en betekenis. Het idee van de zachte stad is gebaseerd op de gedachte dat architectuur niet ophoudt bij de oplevering van een gebouw, straat of plein. Eenmaal opgeleverd is het aan de gebruikers om de geplande ruimte te transformeren tot cultureel domein, er bezit van te nemen en persoonlijke en sociale betekenissen aan toe te kennen.






_W10295.jpg)















































