Home / Publicaties / Tijdschriften / S+RO / Laatste nummers

Laatste nummers
 S+RO nr. 6/2012

Metropoolregio Amsterdam
Economische kracht, aantrekkelijk investeringsklimaat, quality of life en internationale luchtverbindingen scoren hoge ogen op de lijstjes van metropolitane waarden. In de stedelijke (mega)regio’s concentreert zich immers de innovatie en sociale emancipatie. Door globalisering zijn de zogenaamde global city regions ook steeds meer internationaal georiënteerd. Waar staat de Metropoolregio Amsterdam in dit concurrerende veld van metropolen?

 S+RO nr. 5/2012

Thema: Water
De hevige regenbuien van afgelopen zomer zijn niet toevallig. Het klimaat verandert. Nederland krijgt te maken met hogere temperaturen, meer neerslag, een stijgende zeespiegel en meer extreme situaties. Ruimtelijke opgaven voor waterberging, waterveiligheid en waterbeheer veranderen. Helaas hebben technische oplossingen of nieuwe vormen van recreatie (plus economische voordelen) vaak de overhand. Waterveiligheid lijkt belangrijker dan ruimtelijke kwaliteit, ruimtelijk ontwerp en aandacht voor het landschap. Toch moeten we niet vergeten dat meer aandacht voor kwaliteit kan leiden tot een inhoudelijke meerwaarde, snellere procesgang en goedkopere oplossingen. Integraal, gebiedsgericht en grensoverschrijdend werken is daarbij cruciaal. Een andere mindset van bestuurders, planners en ontwerpers eveneens.
 

 S+RO nr. 4/2012

Thema: Cijferstad
Cijfers spelen een steeds grotere rol in de stedenbouw. ‘Softe’ kwaliteiten worden afgeleid van harde parameters, ontwerpen worden niet alleen getekend of nagerekend met de computer maar ook daadwerkelijk ontworpen. Deze manier van stedenbouw gaat niet over de menselijke maat, niet over de spontane stad, niet over licht, lucht en ruimte of de stad als creatieve broedplaats, maar of en hoe deze ambities te berekenen zijn. Heeft de ontwerper dan geen rol meer? Nee, zolang hij de parameters ontwerpen kan, is er nog genoeg eer te behalen. Voorbeelden genoeg in deze editie!
 

 S+RO nr. 3/2012

Thema Fiets
‘Je neemt hier gewoon de fiets. Iedereen fietst. Je zou niet weten hoe het anders moet.’ Fietsen is zo vanzelfsprekend in Nederland, dat we ons nauwelijks meer bewust zijn van de gevolgen die het heeft op ons land, onze cultuur en onze steden. De voordelen van fietsen zijn onmiskenbaar, maar langzaam worden ook de nadelen van de groei zichtbaar: de steden raken letterlijk verstopt met fietsen. Zoals de auto in de jaren zestig en zeventig de fietser verdreef, zo dreigt de fietser nu de voetganger te verdrijven. De fiets is voor onze steden zegen en vloek tegelijk: hoe versterken we de succesvolle kanten en hoe lossen we de problemen op?
 

 S+RO nr. 2/2012

Tussentijd
Tussentijd, een ‘gat’ in de planvorming waarin, buiten de formele instituties om, alternatieve wijzen van architectuur, stedenbouw en ruimtelijke ordening worden uitgeprobeerd. Kraakbolwerken, kunstprojecten of initiatieven van urban pioneers. Zo zag de vakwereld de tussentijd een hele poos. Door crises en veranderende manieren van werken (kleinschaliger, bijvoorbeeld) zijn tijdelijke initiatieven aan de orde van de dag. Wordt de tussentijd het nieuwe instrument voor planvorming, een nieuwe strategie? Niet van ‘stad maken’, maar van ‘stad zijn’?

 S+RO nr. 1/2012

Olympic Cities
De megasportevenementen van 2012, de Olympische Spelen in Londen en het EK Voetbal in de Oekraïne, zorgen voor een koortsachtig enthousiasme onder de bevolking en een haast onmogelijk hanteerbaar publiek beslag op stad en staat. De vele sponsorregels, veiligheidseisen, bouw van nieuwe stadions en een heel Olympisch dorp hebben voor, tijdens en na afloop van het evenement een grote impact op de stad. Wat blijft er uiteindelijk over van die grootse plannen, projecten en bouwwerken? Met andere woorden: wat wint de stad en de bevolking er eigenlijk mee?

Frits van Dongen vertelt in het eerste grote interview met de nieuwe rijksbouwmeester hoe we kunnen leren van de Gouden Eeuw, Willem Salet laat de echte minister ruimtelijke ordening opstaan en Michelle Provoost trapt haar reeks columns in 2012 af met een mooi verhaal over Shenzhen. Hugo Priemus geeft zijn visie op de nieuwe ruimtelijke planningsdoctrine, het CPB reageert op de kritiek die Peter Noordanus eerder leverde op het rapport ‘Stad en Land’ en de nieuwe omgevingswet wordt vanuit twee invalshoeken bekeken.

 S+RO nr. 6/2011

Brainport Eindhoven
Eindhoven is booming! Met de Brainport Eindhoven als klapper. Hier bevinden zich Nederlands meest productieve bedrijven en instituten voor technologie en kennis. Op de kaart zijn de grenzen van deze ‘slimste regio’ van Nederland niet duidelijk aan te geven. Het is een netwerkeconomie met talloze samenwerkingsverbanden, ook over de landsgrenzen heen. Wat is het geheim van dit succes? Is het de typische Brabantse mentaliteit waarbij plannen en afspraken in een sfeer van wederzijds vertrouwen worden gemaakt? En wat kunnen andere regio’s hiervan leren? 

Daarnaast blikt Hans van der Cammen terug op vijftig nota’s voor nationaal ruimtelijk beleid, laat Anne Luijten zien hoe de jonge generatie stedenbouwkundigen denkt over het vak en geeft Peter Noordanus zijn ongezouten mening over het verstedelijkingsbeleid. Lucas Verweij legt zich toe op het moneyshot en Sjors de Vries ziet een echte trendbreuk in de ruimtelijke ordening. 

 S+RO nr.5/2011

SVIR (Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte)
Minister Melanie Schultz (IenM) heeft niets tegen België. Hoe daar het land wordt ingericht, zonder al te veel ingewikkelde regelgeving – dat is een mooi voorbeeld voor Nederland. Volgens de nieuwste plannen van de minister wordt er daarom fors gekapt in het woud aan regels, zal het Rijk een minder centrale rol vervullen, en komt er meer ruimte voor het lokale initiatief. Verantwoordelijkheden die altijd bij de overheid lagen, verplaatsen naar andere spelers (provincies en gemeenten). Wat betekent dit voor de ruimtelijke ontwikkeling in Nederland? Liggen Belgische toestanden op de loer? 

Verena Balz (TU Delft) laat zien hoe we energie uit reststromen kunnen halen. Dirk Sijmons vertelt over zijn nieuwe aanstelling als hoogleraar landschapsarchitectuur aan diezelfde TU.  Erwin van der Krabben pleit voor een terughoudend grondbeleid, en volgens Luuk Oost, Herman de Wolff en Friso de Zeeuw hebben rood en groen nieuwe huwelijkse voorwaarden nodig.

 S+RO nr.4/2011

S+RO 4/2011: Enge Stad
Leefbaarheid en veiligheid zijn onlosmakelijk verbonden met de ontwikkeling van de stedelijke omgeving. En hoewel er steeds meer camera’s in het straatbeeld verschijnen, lijken we ons niet veiliger te voelen. Filmpjes van de recente rellen in Londen, Parijse toestanden van destijds en uitzonderlijke beveiligingsmaatregelen bij voetbalwedstrijden laten letterlijk zien dat we ons in een steeds beter bekeken en gereguleerde wereld bevinden. Of die maatregelen steden daadwerkelijk minder eng maken, dat is nog maar de vraag. Wat kan de stedenbouwer er aan doen?

Lucas Verweij heeft nog nooit in een hoofdstad gewoond, realiseert hij zich nu hij leeft in metropool Berlijn. Steven Ducatteeuw kijkt met Vlaamse ogen naar de Belgische toestanden in Nederland. En Huub Droogh geeft een kijkje in de Poolse planningskeuken. Maar onze gedachten gaan op dit moment vooral uit naar de nabestaanden van Luc Vrolijks, die tijdens zijn vakantie plotseling overleed. Kort voor zijn dood schreef hij een mooi artikel over planvorming in New York en Amsterdam. De redactie wenst alle betrokkenen veel sterkte met het verwerken van dit grote verlies.

 S+RO nr.3/2011
S+RO 3/2011: Brussel
Brussel is goed op weg naar een metropoolstatus. De stadstaat met ruim één miljoen inwoners is hoofdstad van Europa, België èn Vlaanderen. Het Brussels Hoofdstedelijk Gewest (BHG) omvat negentien gemeenten en telt zo’n 2,3 miljoen inwoners. Dankzij de vele Europese instellingen is het een welvarende stad, maar met een grauw randje en niet in staat het geld vast te houden. Ondanks de enorme stadsvlucht blijft de bevolking in aantal toenemen. Dit stelt het BHG voor een nieuwe opgave: herontwikkeling van oude gebouwen en terreinen, infrastructurele projecten èn een regionale visie. Dit thema geeft een alvast een voorproefje.

Verder twee bijdragen over krimp, een artikel over duurzaam samenleven in Zweden, meer over het nieuwe Nagele, de triomf van de grote stad en de ‘Castingallee’ in Berlijn.
 S+RO nr.2/2011

In dit nummer: EUROPA

Nederland loopt steeds minder warm voor de Europese Unie (EU). Ook andere lidstaten zijn niet erg enthousiast over een Europese ruimtelijke ordening. In dit thema van S+RO komen twee soorten Europese ruimtelijke ordening aan de orde: de directe (letterlijk grensoverschrijdende) en indirecte. Daadkracht en visie lijken vooral van private en regionale partijen afkomstig, terwijl de nationale overheden vooral langs geopolitieke lijnen hun economische belangen veiligstellen. Maar via de achterdeur van het sectorale beleid maakt Europa wel veel projecten mogelijk of onmogelijk. 

Lucas Verweij pleit voor traagheid, Joris van Casteren ging terug naar Almere en Anne Luijten spreekt met Erik Luiten over het einde van de scheiding tussen stad en land. Het levendige debat over de politieke hervorming van de ruimtelijke ordening (Willem Buunk in S+RO 1/2011) krijgt een vervolg met reacties van Luuk Boelens en Tom Maas. 

 S+RO nr.1/2011

(deze editie is uitverkocht)

In dit nummer: Crisis en RO
'Terugschakelen naar tempo van bewoners en gebruikers vraagt om maatwerk.'

De stad is de afgelopen decennia in een te hoge versnelling gekomen. Mede door de economische crisis hapert en pruttelt de motor van stad en regio. Het is tijd om terug te schakelen naar het tempo van bewoners en gebruikers. Dat vraagt om maatwerk, met oplossingen gebaseerd op regiospecifieke identiteiten. Samen met bewoners, bedrijven en overheden kan de vakwereld opnieuw betekenis geven aan de stedenbouwkundige en planologische professie. Een nieuw bewustzijn is noodzakelijk.

Lucas Verweij is als nieuwe vaste columnist ‘onze man in Berlijn’. De enige Europese stad die geen crisis kent. Joost Kingma laat zien hoe je in tijden van crisis kunt bouwen met allure. En Jaap Modder bevraagt Coen Teulings (directeur CPB) over het hedendaagse ruimtelijkeordeningsbeleid. Dat zou meer oog mogen hebben voor schaalgrootte en locatievoordelen.

 S+RO nr.6/2010

Het Ministerie VROM is voltooid verleden tijd, voor de redactie van S+RO aanleiding om in dit laatste nummer van 2010 met u de opgaven op het gebied van de (nationale) ruimtelijke ordening onder de kerstboom te overpeinzen. De inhoudsopgave, het redactioneel en de introductie op het nummer zijn hier te downloaden (alleen na inlog met gratis My Nirov-account).

 S+RO nr.5/2010

Ondanks stelselmatige schaalvergroting, intensivering en modernisering van het boerenbedrijf is het gemiddelde inkomen van Europese boeren sterk achteruitgegaan. Ook in Nederland staat de toekomst van de land- en tuinbouw onder druk. Mogelijkheden voor alternatieven zijn beperkt. Een beloftevolle ontwikkeling ligt in de verbinding tussen de agrarische sector en steden. Zeker nu wereldwijd het besef groeit dat de energie- en voedselschaarste alleen samen aangepakt kunnen worden, en steden daarin een sleutelrol vervullen. Het thema van S+RO 5/2010 verkent die rollen.

Voormalig Vlaams bouwmeester Marcel Smets ziet gouden tijden voor de stedenbouw in Vlaanderen. Guus van de Hoef en Peter Paul Witsen buigen zich over de gebiedsontwikkeling na de crisis. Het planproces rondom de herontwikkeling van het gebied bij de Limburgse cementfabriek ENCI wordt uit de doeken gedaan door Victor Coenen en Geert Hendrickx, en Rudy Stroink brengt zijn ideale wereld onder woorden. Tijs van de Boomen neemt pauze met wat kunst en Wouter Vanstiphout voorziet de wederopbouwmentaliteit van Rotterdam van een kritische noot.

Klik hier voor de inhoudsopgave

 S+RO 4/2010

S+RO 4/2010: Economie & Ruimte
Economische groei is van oudsher de financiële motor achter veel ruimtelijke ontwikkelingen. Tegelijkertijd kan ongestuurde en ongebreidelde economische groei desastreus zijn voor de ruimtelijke inrichting van een land. Economisch beleid is in Nederland vooral economisch structuurbeleid gericht op specifieke sectoren. EZ heeft mede daardoor geen oog voor de bijdrage die een goede samenhang tussen verstedelijking en infrastructuur levert aan onze welvaart. De relatie tussen verstedelijking en infrastructuur zou echter nadrukkelijk onderwerp moeten zijn van generiek economisch ontwikkelingsbeleid. Dit themanummer onderzoekt de mogelijkheden.

In de ‘S van Stedenbouw’ een interview met Wytze Patijn, decaan aan de faculteit Bouwkunde van de TU Delft. ‘Stedenbouw komt terug,’ is zijn boodschap. Foto’s van Jabik de Vries laten zien hoe IJburg in het landschap van de nacht tot stand is gekomen. En jonge gebiedsontwikkelaars wisselen in een rondetafelgesprek hun toekomstidealen uit. Tijs van den Boomen wandelt met Pegman door Veenendaal en Wouter Vanstiphout maakt kennis met de betrokkenheid van Iranese studenten.

Klik hier voor de inhoudsopgave.

 

 S+RO 3/2010

S+RO 3/2010: WeCity
Zelf bepalen hoe onze woon- en leefomgeving er uit ziet, daar gaat het thema We-City over. Een verkenning van de mogelijkheden om vorm te geven aan zelforganisatie in planning en stedenbouw. Deze organische, bottom-up of informele stedenbouw behelst ontwikkelingen op kleine schaal, diversiteit, bouwen naar behoefte, activisme en maatschappelijke betrokkenheid.

In de S van Stedenbouw ziet Maurits de Hoog nieuwe perspectieven voor de stedenbouw, door uit te gaan van het beheer van de openbare ruimte, en stelt rijksbouwmeester Liesbeth van der Pol dat stedenbouw alleen nog maar van onderop kan komen.

Wil Zonneveld en Verena Balz nemen het Atelier Zuidvleugel onder de loep en Noud Köper doet een voorzet voor de contouren van de ZERO (Zesde Nota Ruimtelijke Ordening). Tijs van de Boomen begeeft zich in de augmented reality en Wouter Vanstiphout legt uit waarom stedenbouw politiek is.
Klik hier voor de inhoudsopgave.

 

 S+RO 2/2010

S+RO 2/2010: Megasteden en nieuw vakmanschap
Onze wereld groeit de komende decennia met 2,3 miljard naar 9,15 miljard mensen in 2050. Een duizelingwekkende verstedelijking met enorme geopolitieke en ecologische gevolgen. Waar planning van de ruimte in Nederland op zijn retour is, is het elders in de wereld alleen maar méér nodig. Zo bewijst het thema Megasteden. In de S van Stedenbouw vertellen Riek Bakker en Rients Dijkstra hoe zij werken aan integrale stedenbouw. Pieter van Wesemael pleit voor nieuw vakmanschap, met een sleutelrol voor onderzoek, kennis en reflectie. Hoe kansloos kantoren zijn laat Tijs van den Boomen zien en Wouter Vanstiphout vraagt zich af of er een andere politiek van ontwerpen nodig is voor leefbare wijken. Klik hier voor de inhoudsopgave.

 

 S+RO 1/2010

S+RO 1/2010: Trends en veel nieuws!
In het eerste nummer van 2010 staan trends in de ruimtelijke ordening centraal, veranderingen op alle schaalniveaus en in alle sectoren. Ook krijgt de stedenbouw krijgt een meer prominente plek. In een speciaal katern komen ontwerpers zelf aan het woord. Dit keer zijn dat: Ton Schaap, Gert Urhahn, Walter de Vries en Frank van den Beuken. Twee vaste columnisten, Wouter Vanstiphout en Tijs van den Boomen, delen hun dagelijkse ervaringen en observaties. Naast goede fotografie is er meer oog voor kaarten, plannen, ontwerpen, tekeningen en infographics. Klik hier voor de inhoudsopgave.

S+RO 1/2010 is helaas uitverkocht.

Attenderingsservice inhoudsopgave S+RO
Via de mail op de hoogte blijven van de inhoud van S+RO? Een week voor verschijning van het tijdschrift ontvangt u de inhoudsopgave van het nieuwe nummer.

 S&RO 6-2009
De stedelijke regio hoort steeds duidelijker bij de stedenbouwkundige ontwerppraktijk. Door de opkomst van de netwerkstad en schaalvergroting van ruimtelijke processen is een interessante en veelvormige praktijk van regionaal ontwerp geëvolueerd. Opvallend is dat de evolutie van het regionaal ontwerp plaatsvond in een bestuurlijk vacuüm. Toch is het ook juist diezelfde (bestuurlijke) onbepaaldheid die ervoor heeft gezorgd dat het onorthodoxe instrument van het regionaal ontwerp is uitgegroeid tot een proeftuin voor ontwerpend onderzoek en innovatieve conceptontwikkeling.
 S&RO 5/2009: Zachte stad

Naast de 'harde stad' van architecten en stedenbouwkundigen, de stad zoals deze wordt bedacht, ontworpen, gebouwd, gereguleerd en beheerd, is er een 'zachte stad' van gebruik en betekenis. Het idee van de zachte stad is gebaseerd op de gedachte dat architectuur niet ophoudt bij de oplevering van een gebouw, straat of plein. Eenmaal opgeleverd is het aan de gebruikers om de geplande ruimte te transformeren tot cultureel domein, er bezit van te nemen en persoonlijke en sociale betekenissen aan toe te kennen.

 S&RO 4/2009: Park
(deze editie is uitverkocht)

In de moderne stedenbouw wordt groen vaak gezien als tegenhanger van gebouwde omgeving. De traditie uit de negentiende- en begin twintigste eeuw, waarbij het stadspark de stedeling moest wegvoeren uit de druk van het dagelijks leven, lijkt de afgelopen decennia in het slop te zijn geraakt. Hedendaagse parken zijn volop in beweging en drukken vooral stedelijke identiteit uit. Die heropleving van het stadspark gaat uit van kwaliteit, heeft aandacht voor maatschappelijke vraagstukken en een diverse groep gebruikers. Een nieuwe visie op het stadsgroen is daarom noodzakelijk.
 S&RO 3, 2009
S&RO 3/2009 onderzoekt de nieuwe relatie tussen infrastructuur en ruimtelijke ordening. De bereikbaarheid van stedelijke regio’s wordt steeds meer bepaald door ketens van modaliteiten (auto, trein, tram, bus, fiets). Werd parkeren bij stations tien jaar geleden mondjesmaat gefaciliteerd, inmiddels is de koppeling van het autosysteem op het openbaarvervoersysteem mainstream-gedachtegoed. Onder welke condities is een meer integrale benadering van mobiliteit en ruimtelijke ontwikkeling mogelijk? En wat zijn de effecten voor de planningsaanpak?
 S&RO 2, 2009
S&RO 2/2009 beschrijft de verschillende facetten van de zee en de kust. De zee is steeds minder terra incognita, bron van angst en dreiging, maar krijgt een eigen intrinsieke waarde toegekend. We willen de zee niet langer buiten houden, afschermen en bedijken. Inmiddels zien we de zee en de kust als kraamkamer van leven en bron van inkomsten. De zee is een generator voor onze gezondheid: als bron van vertier en vermaak, en – diametraal daartegenover – voor rust en retraite.
 S&RO 1, 2009
S&RO 1/2009 staat in het teken van verandering. Met een knipoog naar Obama’s ‘a change is gonna come’ worden zes aansprekende transformatiegebieden, verspreid over Nederland, besproken. Geen staalkaart, maar wel representatief voor dé uitdaging van deze tijd: de herovering van de Nederlandse stad. Er zijn in Nederland veel aansprekende voorbeelden van transformatie. Gebieden met complexe problemen, maar ook prachtige ambities, aansprekende innovaties en ingewikkelde grondexploitaties. Gebieden die met veel kosten, zweet en tranen worden teruggegeven aan de stad.
 S&RO 6, 2008
(deze editie is helaas uitverkocht)

We zijn dit jaar een drempel overgegaan in de wereldgeschiedenis: voor het eerst leeft de helft van de mensheid in stedelijke agglomeraties. In de urban age blijven steden groeien. Ondertussen neemt op het wereldtoneel van de global cities de polarisatie toe. In reactie daarop worden nieuwe, metropolitane strategieën ontwikkeld: langetermijnplannen om groei te faciliteren en problemen als congestie en sociale en etnische polarisatie te adresseren. Hoe zien de leefbare, aantrekkelijke, goed functionerende, duurzame metropolen van de eenentwintigste eeuw er uit en op welke manier kan ruimtelijke planning bijdragen aan het realiseren van deze ideaalbeelden? S&RO 6/2008 geeft antwoord.
 S&RO 5, 2008
Stations zijn integraal onderdeel van de stad. Vernieuwing van station en stationsomgeving wordt vanuit een breder omgevingsperspectief aangepakt. Daarmee is het station niet langer alleen een halte voor openbaar vervoer, maar verworden tot generator van stedelijkheid. Het station wordt steeds meer gezien als ‘reizigersmachine’ en kristallisatiepunt van economische activiteiten. In het thema van S&RO 5/2008 wordt vanuit verschillende invalshoeken (architectuur, stedenbouw, procesmanagement, publiek-private samenwerking, beleving van tijd en ruimte) gereflecteerd op de herontwikkeling van stationslocaties. Daarmee wordt niet enkel een stand van zaken opgemaakt, maar ook dieper ingegaan op het slagen en/of falen van de ambitieuze ruimtelijke doelstellingen voor deze locaties.
 S&RO 4, 2008
Niet iedereen snapt waarom planologen, stedenbouwkundigen en (landschaps)architecten vakmatig verwonderd, en bij vlagen verbijsterd, na vakantie terug naar huis keren. De schoonheid van het Toscaanse landschap kan ook de niet-vakgenoot nog wel zien, maar waarom omgereden voor die volautomatische tram in Lille? Moest de magnetische schoonheid van het Guggenheimmuseum in de binnenstad van Bilbao nu echt van alle kanten op de foto? Waarom ergerde u zich zo aan de ruimteverkwisting bij de grootschalige detailhandel in het buitengebied? Uw gezin vond die hypercoop met zestig kassa’s toch superhandig? De wisselwerking tussen ruimte en vakantie staat centraal in het thema van S&RO 4/2008. Uiteenlopende bijdragen dienen als referentiekader voor uw eigen beroepsgedeformeerde vakantie-ervaringen.
 S&RO 3, 2008
Het is opmerkelijk dat we grenzen al enkele eeuwen vrijwel automatisch opvatten als staatsgrenzen en verbeelden met lijnen. Dat statische beeld wordt nog steeds werktuiglijk geïnternaliseerd in onze planningspraktijken en ruimtelijkeordeningsvraagstukken. We trappen nog steeds in de val van het denken in-, en ruimtelijk ordenen aan de hand van territoriale staten. Daarmee gaat een potentieel rijke verbeeldingskracht en interpretatieruimte voor de ruimtelijke ordening en de mogelijke constructie van transnationale grenslandschappen verloren. S&RO 3/2008 onderzoekt hoe een begin gemaakt kan worden met het nadenken over een ruimtelijke ordening van grenzen die meer recht doet aan de concrete grenspraktijken, of juist ruimte biedt aan nieuwe transnationale potenties.
 S&RO 2, 2008
Beelden en symbolen maken onlosmakelijk deel uit van het leven in de stad. De toenemende aanwezigheid van audiovisuele media in de stedelijke ruimte wijst ons op de hyperaudiovisuele ervaring van de hedendaagse stad. Die symbolische verbeelding van de stad wordt wel eens afgedaan als zweverig, als iets waar vooral kunstenaars en intellectuelen zich mee bezighouden. Maar verhalen, beelden, symbolen en discoursen maken een stad ook. Zij zijn onvermijdelijk onderdeel van de politieke strijd om publieke ruimte. S&RO 2/2008 laat zien welke betekenissen en ideeën over de inrichting van de stedelijke ruimte in beelden worden uitgedrukt. En geeft antwoord op de vraag hoe de door professionals geproduceerde beelden en symbolen zich verhouden tot de alledaagse stedelijke ruimte.
 S&RO 1, 2008
Sinds enige tijd staat het Nederlandse cultuurlandschap weer volop in de belangstelling. Zowel bij het brede publiek, bestuurders en politici als in de vakwereld van stedenbouwkundigen en planologen is er aandacht voor landschap en landschappelijke kwaliteit. Het typisch Nederlandse (of preciezer: Hollandse) landschap van dijken, polders en sloten veranderd op sommige plekken in een hyperreële wereld van golfbanen, skischansen en struisvogels. Hoewel het landschap in veel beleidsnota''s als collectief goed wordt aangemerkt, is het de afgelopen decennia door processen van democratisering en bestuurlijke decentralisatie steeds minder de resultante van een collectief project. Wat is nu eigenlijk nog de betekenis, reikwijdte en draagkracht van het landschapsbegrip in de hedendaagse ruimtelijke ordening?
 S&RO 6, 2007
Ruimte voor consumptie houdt de planologische gemoederen al decennialang bezig. Door de jaren heen is de traditionele hiërarchische indeling van de distributieplanologie voor winkels en voorzieningen vervangen door een meer functionele indeling. Toch lijkt die indeling steeds minder te voldoen. Nu het rijk haar beleid voor perifere en grootschalige detailhandelsvestigingen heeft losgelaten, lijkt er meer ruimte voor initiatieven vanuit de markt te komen. Grootschalige retail- en leisureformules en de verschuivingen in het locatiepatroon van leisure en retail kunnen aanzienlijke ruimtelijke consequenties hebben. S&RO 6/2007 brengt die consequenties in beeld.
 S&RO 5, 2007
Het rationele ritme van de dag stond lange tijd in schril contrast met het ritme van de nacht. Met de opkomst van de vierentwintiguurseconomie wordt de scheiding tussen dag en nacht echter steeds minder strikt. We moeten de nacht dan ook niet langer beschouwen als een soort van Groene Hart in de tijd. Maar eerder als een wezenlijk onderdeel van het dagelijkse leven. Dat met allerlei creatieve, culturele, sociale, economische en technologische toepassingen een volwaardig onderdeel van de publieke ruimte in de stad kan worden. De nacht als een nieuw soort te ontwikkelen achterland, het is een belangrijke opgave voor de ruimtelijk onderzoekers en ontwerpers van vandaag. Zeker nu de focus van het ruimtelijke debat is verschoven naar dat van de duurzame leefomgeving.
 S&RO 4, 2007
Noord-Nederland heeft al jarenlang het gevoel er een beetje bij te hangen. Ondanks vele structuurversterkende maatregelen, plannen voor snellere verbindingen met het Westen en verschillende ruimtelijke projecten, blijven de provincies Groningen, Friesland en Drenthe het idee hebben achter te lopen op de rest van Nederland. Maar waarom eigenlijk? Het Noorden heeft voldoende eigen kwaliteiten, die de decennialange pogingen een kopie van de Randstad te willen worden onnodig maken. S&RO 4/2007 laat zien hoe Noord-Nederland op uiteenlopende terreinen uit kan gaan van de eigen kracht.
 S&RO 3, 2007
In de architectuur, stedenbouw en planologie is een hernieuwde belangstelling ontstaan voor het alledaagse leven. Het gebruik van de omgeving en de betekenissen die aan de ruimte worden toegekend staan daarbij centraal. Toch is het alledaagse een tamelijk ongrijpbaar begrip dat zich moeilijk laat plannen en ontwerpen. Stedenbouw en planologie moeten daarom meer rekening houden met de pluriforme en veranderlijke praktijken van alledag.
 S&RO 2, 2007
De opwarming van de aarde heeft grote invloed op de voorwaarden waaronder in Nederland ruimtelijke ordening en stedenbouw wordt bedreven. Welke invloed dat zal zijn, en hoe, is slechts bij benadering te voorzien. Duidelijk is wel dat er méér nodig is dan alleen een betere rivier- en kustbeheersing. De klimaatverandering is een mondiaal verschijnsel waarvan de schokken mondiaal doorwerken via de wereldomspannende netwerkeconomie. S&RO 2/2007 laat zien hoe.
 S&RO 1, 2007
Het Nederlandse zorglandschap ondergaat een landverschuiving. De voorheen buiten de stad gelegen terreinen voor gehandicapten en psychiatrische instellingen, verliezen hun oorspronkelijke bewoners. Omgekeerd vinden veel functies die we normaal in het ziekenhuis vinden, hun weg naar de buitenwijken. De toegenomen marktwerking bepaalt ook in de zorgsector het aanbod. Dat leidt tot nieuwe concepten, coalities en een ontwerpopgave. Dit eerste nummer van S&RO brengt de ruimtelijke consequenties daarvan in beeld.
 S&RO 6, 2006
Het gebrekkige aanpassingsvermogen is een terugkerend probleem in de Nederlandse ruimtelijke ordening. Dit is des te urgenter nu de dynamische maatschappij en de toenemende internationale concurrentie een haast voortdurende verandering van stedelijke gebieden vragen. In Japan hebben ze daar al aardig wat ervaring mee. Het meest in het oog springend is de flexibiliteit van de Japanse stad Tokio, die na twee ingrijpende aardbevingen weer is opgebouwd. Wat kan Nederland van deze stad leren? Deze vraag staat centraal in het zesde nummer van S&RO.
 S&RO 5, 2006
(deze editie is helaas uitverkocht)

Het tijdperk van de Nederlandse ruimtelijke ordening lijkt ten einde. De nationale beleidsagenda is al een tijdje akelig leeg en op het bovenlokale schaalniveau gebeurt er weinig. Door decentralisering van bevoegdheden is het bestuurlijke en politieke speelveld complexer geworden. Ook burgers zijn mondiger en mobieler. Maar of dit direct betekent dat er van ruimtelijke ordening in Nederland geen sprake meer is, valt te betwijfelen. Want, is die agenda van de Nederlandse ruimtelijke ordening werkelijk zo leeg? Of gloort er een nieuwe toekomst?
 S&RO 4, 2006
In de jaren negentig was er geregeld een opvlammend debat over de positie en toekomst van de stedenbouw. De stedenbouw zou in een crisis verkeren. Van zo’n discussie is de afgelopen jaren nauwelijks sprake meer. Heeft de stedenbouw zich inmiddels hersteld? Hoe is gereageerd op het pluriformere opdrachtgeverschap, de veranderde maatschappelijke context, de concurrentie van andere ontwerpdisciplines en de actualisering van het instrumentarium? In S&RO 4/2006 een verkenning van de stedenbouw aan de hand van het stedelijk project.
 S&RO 3, 2006
Tussen nu en 2012 komt er in Nederland 32.000 hectare bedrijventerrein bij. Daarnaast ligt er 21.000 hectare te wachten op herstructurering. Dit maakt het bedrijventerrein tot een grote publieke opgave. Publiek, want in Nederland wordt tachtig procent van de bedrijventerreinen ontwikkeld door gemeenten. De opgave ligt echter niet alleen op het vlak van de kwantiteit. Ook de kwaliteit moet omhoog. Hoog tijd dus om het fenomeen breed onder de loep te nemen en in dit derde nummer van S&RO ook op zoek te gaan naar alternatieven. Want bedrijventerreinen zijn zoveel meer: achter de saaiheid, monotoonheid en rommeligheid gaat vaak meer schuil dan men denkt!
 S&RO 2, 2006
Grote publieke werken staan sinds kort in een kwaad daglicht. Veiligheid en economische groei zijn geen steekhoudende argumenten meer om de nadelen van veel publieke werken op de koop toe te nemen. Vooral het lokale en groene verzet laat dit blijken, door het protest tegen de Betuwelijn en de weerstand tegen het project Ruimte voor de Rivier. Maar het is niet alleen het Not In My BackYard-gevoel (NIMBY) dat grote publieke werken dreigt te ondermijnen. Ook de projecten zelf verliezen aan overtuigingskracht. Het tweede nummer van S&RO werpt een blik op enkele grote publieke werken van nu. Wat ging er mis en wat zijn de grand projets van de toekomst?
 S&RO 1, 2006
De afgelopen decennia ontstonden er vele nieuwe verdichtingen in of rondom stedelijke gebieden. Er is grote variatie in de oorsprong van die verdichtingen: economische centra, woongebieden, winkels, leisure, vervoersknooppunten. Kunnen we dit wel als één fenomeen beschouwen? Gaat het om subcentra of om nieuwe volwaardige centra? En wat betekenen ze voor de bestaande binnensteden? Hoe moeten ontwerp en beleid tegen deze nieuwe centra aankijken? Een themanummer met een titel, die de ambivalentie van het onderwerp weergeeft: (sub)centra.
 S&RO 6, 2005
De Nederlandse wijken krijgen veel aandacht: verhoudingen verharden en met de gemeenschapszin zou het slecht gesteld zijn. Sociale en ruimtelijke problemen als uitsluiting, criminaliteit, activisme, verloedering en een verschaling van voorzieningen, zijn het gevolg. Om die problemen op te lossen proberen verschillende bestuurlijke initiatieven de gemeenschapszin in de Nederlandse probleemwijken te bevorderen, onder andere door ruimtelijke voorstellen voor herinrichting te doen. De discussie over het nut van deze voorstellen blijkt echter normatief en gepolariseerd. Dit themanummer pleit voor een meer neutrale beschouwing die bekijkt welke ruimtelijke ingrepen op lokale schaal wel en niet werken.
 S&RO 5, 2005
Decennialang anti-suburbaan beleid heeft niet kunnen voorkomen dat in Nederland een suburbane wooncultuur dominant is. De Vinex-locaties zijn de recent gebouwde uitdrukkingen hiervan. In de discussies over deze buitenwijken was de stad het referentiekader. In de formulering van de suburbane opgave slaat de slinger nu door naar een meer landschappelijke benadering. Het taboe op meer landelijke woonmilieus is doorbroken. De suburbane conditie is echter veelomvattender. Ruimtelijke, sociaal-culturele en bestuurlijke veranderingen vragen om het opnieuw doordenken van de suburbane opgaven. Dit nummer van S&RO analyseert die opgaven en brengt de ruimtelijke resultaten daarvan in beeld.
 S&RO 4, 2005
'Under rated, least known and little explored', zo opent de de Lonely Planet over België. Een uitspraak die zeker opgaat voor de gemiddelde Amerikaanse toerist, maar ook voor de gemiddelde S&RO lezer. Hoewel België aan Nederland grenst, staat de ruimtelijke praktijk in de verschillende gewesten (Vlaanderen, Brussel en Wallonië) ver van ons af. En dat terwijl Nederland, nu we hier dreigen vast te lopen in bestaande beleidsdoctrines, best een voorbeeld kan nemen aan de Vlaamse ruimtelijke ontwikkelingen. De 'wanorde' bij de zuiderburen blijkt namelijk niet zo negatief als we altijd hebben gedacht. Het vierde nummer van S&RO laat zien waarom.
 S&RO 3, 2005

Dit nummer is helaas uitverkocht! U kunt het niet bestellen.

 S&RO 2, 2005
Door globalisering is de regio van bestuurlijk stiefkind tot één van de meest dynamische schaalniveaus geworden. Regio''s zijn het resultaat van uiteenlopende krachten. Economische, politieke en culturele processen zijn bepalend voor de ''begrenzing'' ervan. De regio is nog het best te omschrijven als een sociale constructie, die minder eenduidig met een territorium verbonden is dan de nationale staat of het lokale bestuur. In dit tweede nummer van S&RO wordt onderzocht wat dit betekent voor de zoektocht naar regionale identiteit(en) en de positie van regionale planning, bestuur en ontwerp.
 S&RO 1, 2005
Het Europese platteland verandert in rap tempo. In sommige gebieden neemt de stedelijke invloed toe. Recreatie en landelijk wonen vullen de vrijgekomen ruimte van de teruglopende landbouw. Stedelingen werpen zich op als de hoeders van de plattelandscultuur. Elders ontstaat juist het nieuwe achtererf van Europa met marginale landbouw, vergrijzing en bevolkingsafname. ''Platteland'' is een ontoereikend begrip geworden om deze uiteenlopende trends te beschrijven. In het eerste nummer van S&RO daarom een zoektocht naar de ontwikkelingen van wat voorheen het Europese platteland was, oftewel ''V/H Platteland''.
x
Voer hieronder uw e-mailadres in en u krijgt uw gegevens toegestuurd.