Home / Publicaties / Outputs

Outputs

De Outputs zijn compacte boekjes waarin het Nirov de resultaten uit haar meerjarenprogramma’s communiceert. De afronding van een excursiereeks (bv de IPSV-excursies) kan bijvoorbeeld aanleiding zijn een Output uit te brengen.

Verschijning
Per jaar verschijnen er gemiddeld 6 Outputs.

 

Outputs
 Ruimte voor Initiatief

Alle partijen die actief zijn in de stad weten dat het roer om moet. Op veel plekken functioneert de grootschalige planningsmachinerie niet meer. Organische stedelijke ontwikkeling is een van de nieuwe strategieën waar hooggespannen verwachtingen over bestaan. Een meer geleidelijke, open manier van ontwikkeling, waarin vele partijen worden uitgenodigd om een bijdrage te leveren aan de stad. Maar in hoeverre is deze strategie wel echt toepasbaar? Staan we aan de vooravond van een wezenlijke cultuurverandering of is organische ontwikkeling slechts een pauzenummer?

Dit voorjaar organiseerde Nirov | Platform31, in samenwerking met het Planbureau voor de Leefomgeving, Urhahn Urban Design en het Ministerie van Infrastructuur en Milieu, een reeks werksessies  organische stedelijke ontwikkeling onder de titel Ruimte voor initiatief. Hierin lieten lokale professionals, bewoners en ondernemers zien hoeorganisch werken op lokaal niveau in zijn werk gaat, wat het oplevert en welke vragen het oproept. We bezochten Amstel III in Amsterdam, Havenkwartier in Deventer, Emmerhout in Emmen en Coolhaveneiland in Rotterdam. Zeer diverse gebiedsopgaven, initiatiefnemers en ontwikkelingsstrategieën, met één gemene deler: de aanpak is als ‘organisch’ te kenmerken. De publicatie Ruimte voor initiatief is het resultaat van wat we tijdens de werksessies hebben geleerd, aangevuld met essays van diverse experts en interviews met lokale initiatiefnemers.

Met de publicatie Ruimte voor initiatief probeert Nirov | Platform31 een inspirerende aanzet te geven tot verdere invulling van de transitie naar een meer organische manier van stedelijke ontwikkeling als alternatief voor de stilgevallen grootschalige gebiedsontwikkelingen.

De publicatie ‘Ruimte voor initiatief’ is via deze link gratis te downloaden
 

 Kennis van krimp

De publicatie Kennis van krimp is het resultaat van een serie expertmeetings over de begeleiding van bevolkingsdaling die het Nirov eind 2011 organiseerde in samenwerking met het Ministerie van Binnenlandse Zaken, BMC, het Stimuleringsfonds Volkshuisvesting Nederlandse gemeenten en de P-10. Dank gaat uit naar de casusgemeenten Bronckhorst, Schouwen-Duiveland en Oost-Stellingwerf en de vele inhoudelijke experts die een bijdrage hebben geleverd aan de expertmeetings.

Klik hieronder om de output door te bladeren en/of af te drukken. 

 State of the Art Duurzame Gebiedsontwikkeling

De output over Duurzame Gebiedsontwikkeling brengt een optimistische boodschap: Deze groene golf stroomt door en wordt versterkt door een steeds sterker wordende maatschappelijke onderstroom. Duurzaamheid heeft een stevige verankering gevonden in het denken en doen van alle relevante spelers in gebiedsontwikkeling. In aanvulling op, en als illustratie van de partnerdiscussies worden in deze Output de Visies van koplopers (onder meer Nirovpartners) weergeven en interessante Publicaties samengevat. Er zijn inspirerende voorbeelden opgenomen van overheden die zich profileren met Duurzaamheidsbeleid. In het laatste hoofdstuk is visie vertaald naar een plan van aanpak waarmee men direct aan de slag kan met het duurzaam ontwikkelen van gebieden in Nederland.

Klik hieronder om de output door te bladeren en/of af te drukken.

 Output 20: Meer met minder

Ruimtelijke kwaliteit wordt in beleidsafwegingen nog te veel in geld uitgedrukt, door middel van maatschappelijke kosten-baten-analyses (MKBA’s). Hierdoor kan het voorkomen dat een afweging qua maatschappelijke kosten en baten een positief resultaat te zien geeft, terwijl dit resultaat in de beleving negatief wordt ervaren. De MKBA in zijn huidige vorm kan daarom uitgebreid worden, of worden aangevuld met andere instrumenten die kunnen helpen om investeringen in ruimtelijke ontwikkelingen en infrastructuur beter af te wegen. Dit staat in Output nr. 20 ‘Meer met minder: de kosten en baten van ruimtelijke investeringen gewikt.’ Het Nirov voerde in opdracht van het ministerie van Infrastructuur en Milieu een praktijkgericht onderzoek uit naar de toepassing van MKBA’s.

 Output 19: Krimp, een nieuwe ruimtelijke opgave - Lessen uit Duitsland
(deze editie is uitverkocht)

De Output 'Krimp, een nieuwe ruimtelijke opgave' doet verslag van een onderzoek naar demografische krimp in Duitsland. De focus ligt op de sociaal maatschappelijke gevolgen van krimp en de consequenties voor de woningmarkt.
Jooske Baris, projectleider Wonen, heeft voor het Nirov enkele maanden in Duitsland praktijk- en literatuuronderzoek verricht naar het fenomeen krimp. Aan de hand van twee casestudies in Selb en Essen is de krimpaanpak in kaart gebracht.

In Duitsland is onder meer succes geboekt met het betrekken van bewoners: impulsprojecten en initiatieven waarbij bewoners bepaalde voorzieningen overnemen (zoals het plaatselijk zwembad) hadden bovendien tot gevolg dat imago van de krimpaanpak verbeterde.

Een belangrijke constatering is dat krimpen geld kost, en dat de krimpproblematiek het beste op regionaal niveau kan worden aangepakt. Bij onze Oosterburen zijn dan ook ruime budgetten vrijgemaakt, en is de regio een formele bestuurslaag.

 Output 18: Crisis en de kracht van ruimtelijk beleid - Over de overmaat aan plancapaciteit

Er is veel discussie over hoeveel we komende jaren moeten bouwen en wat we moeten bouwen. Hebben we wel de goede programma’s op de goede locaties? De crisis op de vastgoedmarkt speelt daarin zeker in mee. De discussie overstijgt de crisis als we ons realiseren dat de woningmarkt al voor oktober 2008 afnemende verkoopaantallen en stabiliserende prijzen liet zien; als we bedenken dat in de kantorenmarkt en in de markt voor bedrijventerreinen sinds vele jaren een overaanbod bestaat.

Voor het Nirov was dit alles aanleiding om de planologische capaciteit in kaart te brengen en te confronteren met de te verwachten behoeften. Hoewel sprake is van een regionaal gedifferentieerd beeld, is voor geheel Nederland en voor een aantal regio’s sprake van fors meer planologische capaciteit dan volgens de behoefteprognoses nodig is. Wij hebben tijdens ons Nieuwjaarsdebat stelling genomen, want overmaat schaadt en de markt is er niet bij gebaat.

De resultaten van deze analyse zijn tijdens het Nieuwjaarsdebat op 28 januari 2010 gepresenteerd. Daarbij hebben wij de relatie gelegd met het ruimtelijk beleid, dat immers een belangrijke basis geeft aan de programmering van locaties, aantallen en meters. Onze analyse is aangevuld met de bijdragen van Taco van Hoek, directeur van het Economisch Instituut voor de Bouwnijverheid (EIB) en Henk Ovink, directeur Nationaal Ruimtelijk Beleid van het ministerie van VROM. Het Nieuwjaarsdebat leverde boeiende discussies op.  In deze Output hebben zijn de inleidingen en de discussie weergeven.

Het Nirov dankt het ministerie van VROM dat de publicatie van deze Output mogelijk heeft gemaakt.

 Output 17: Praktijkonderzoek naar de politieke legitimiteit van regionale samenwerking

Gemeentelijk ruimtelijk beleid valt onder direct toezicht van een democratisch gekozen gemeenteraad. Op provinciaal niveau vervullen de Provinciale Staten die rol. Regionale samenwerkingsverbanden gaan echter over gemeente- en provinciegrenzen heen: gemeentelijk en provinciaal bestuurders vormen hierin wisselende coalities met diverse private partijen of met andere partijen uit het middenbestuur. De vraagt dringt zich op hoe het met de politieke legitimatie hiervan is gesteld. Gemeenteraden en provinciale staten kunnen immers geen direct toezicht uitoefenen op de samenwerkingsverbanden.

Het Nirov bestudeerde van vier grote ruimtelijke projecten die op regionale schaal spelen, of en hoe regionale coalities erin slagen om de politieke legitimiteit van hun beleid te verkrijgen c.q. te borgen. De vier casusprojecten waren: 1) het programma VERDER, over de mobiliteit en bereikbaarheid van de regio Utrecht, 2) het convenant regionale samenwerking stedelijk gebied Eindhoven, 3) de samenwerking in Zwolle-Kampen Netwerkstad en 4) het programma Regiopark in de Regio Groningen-Assen. Conclusie: borging van de politieke legitimiteit is nogal eens lastig. Coalities hebben vooral moeite om raden en staten bij het beleids- en besluitvormingsproces te betrekken

 Output 16: Excursies Duurzaam Binnenstedelijk Bouwen

Gezond, leefbaar en veilig

Het Nirov organiseerde in 2009 in opdracht van VROM (Leefomgevingskwaliteit) een excursiereeks met als thema duurzaam binnenstedelijk bouwen: een hoogst actueel thema. De excursiereeks moest duurzaam binnenstedelijk bouwen hoger op de beleidsagenderen plaatsen, en de uitwisseling van kennis en ervaring stimuleren.
De excursies gingen langs inspirerende, milieubewust ontworpen voorbeeldprojecten waar de deelnemers van de betrokken ontwerpers, ontwikkelaars, bestuurders of ambtenaren zelf te horen kregen waar zij mee hebben geworsteld, hoe zij hun successen behaalden of waar zij soms juist faalden.
Kennisontwikkeling en –overdracht en het organiseren van de ervaringsuitwisseling aan de hand van voorbeeldprojecten is een van de opdrachten voor de komende jaren. Graag gaat het Nirov met de vakwereld aan de slag voor een aantrekkelijk stedelijk milieu waar het gezond leefbaar en veilig wonen is voor iedereen!

In deze Output vindt u de verslagen van de excursies. Per excursie wordt stilgestaan bij de knelpunten en/of succesfactoren van de voorbeeldprojecten. De Output sluit af met een aantal algemene conclusies en lessen over duurzaam binnenstedelijk bouwen, die uit de voorbeeldprojecten kunnen worden getrokken.

 Output 15: Bodemvenster

(deze editie is uitverkocht)

Gebruik van bodeminformatie in ruimtelijke afweging levert winst op

Samen met de bureaus BIELLS, DINO, KICH, Alterra en LIB is het Nirov in 2008 begonnen met het project Bodemvenster. Centraal in dit project stond de vraag hoe diverse soorten GEO-informatie en RO-informatie in één (pilot-)applicatie aan elkaar konden worden gekoppeld. Dit koppelen bleek succesvol. Maar kunnen de eindgebruikers van deze informatie er ook mee uit de voeten? Voldoet het aan hun behoeften? Bij bodem- en RO-professionals is in elk geval het besef aanwezig dat het meenemen van bodeminformatie in ruimtelijke afwegingen letterlijk winst kan opleveren. Vanuit dat besef is er nog wel het een en ander te doen om tot een bruikbaar en toegankelijk instrument te komen dat zijn waarde kan bewijzen.

In deze Output leest u er alles over.

U kunt deze output HIER downloaden

 

 Output 14
In de zomer van 2008 heeft het Nirov-programma Water drie bijeenkomsten georganiseerd in het kader van het opstellen van het Nationaal Waterplan. Ruim honderd planologen, stedenbouwkundigen, (landschaps)ontwerpers en waterbeheerders zijn met elkaar in gesprek gegaan over de ruimtelijke doorvertaling van het waterbeleid. De uitkomsten van deze bijeenkomsten zijn weergegeven in deze Output. In aparte interviews is bovendien de visie van enkele deelnemers aan het debat 'Water 2040 en Later?' opgenomen.
 Output 13 (uitverkocht)
Met de invoering van de nieuwe Wet ruimtelijke ordening (Wro) zijn de stadsregio’s de belangrijkste juridische bevoegdheden om de ruimtelijke ontwikkeling te sturen, kwijtgeraakt. Toch zijn er nog verschillende manieren waarop stadsregio's een belangrijke rol kunnen blijven spelen bij het gezamenlijk aanpakken van regionale problemen. In deze Output geeft het Nirov een overzicht van de overgebleven instrumenten en rollen die stadsregio's hierbij kunnen gebruiken. Het gaat dan om instrumenten als een intergemeentelijke structuurvisie, een convenant of een regionaal projectbureau. De stadsregio kan zich daarnaast bijvoorbeeld de rol van mediator aanmeten.

DEZE PUBLICATIE IS UITVERKOCHT. WEL KUNT U LANGS DEZE WEG DE PUBLICATIE ALS PDF BESTAND DOWNLOADEN.
 Output 12
In deze Output vindt u het verslag van zes excursies naar wijken waar gewerkt wordt aan fysieke, sociale en economische ontwikkeling. De zes wijken zijn: Korte Akkeren (Gouda), Dichtersbuurt (Oss), Heuvel (Breda), Goese Polder (Goes) Overvecht (Utrecht), en Woensel-West (Eindhoven). Ruim 250 professionals namen deel aan de excursies en hebben met eigen ogen kunnen zien hoe hard er gewerkt wordt aan de stedelijke vernieuwing in Nederland. Zij hebben inspiratie opgedaan in andere wijken, en ideeën waar ze in hun eigen praktijk mee verder kunnen. Zij spraken andere deelnemende professionals, inleiders ter plaatse, ervaringsdeskundigen, maar ook veel bewoners.
 Output 11
Deze publicatie is gebaseerd op een reeks excursies die in 2007 in het kader van stedelijke vernieuwing is georganiseerd. De verschuiving van fysieke naar sociale en economische aspecten stond daarbij centraal. De menselijke factor in de zin van emoties, binding en creativiteit van de bewoners enerzijds en kennis, kunde, en betrokkenheid van de beroepskrachten in de wijken anderzijds speelt een belangrijke rol bij het vernieuwingsproces. Om dit goed te kunnen organiseren is aandacht nodig voor participatiemethoden en uitvoeringsinstrumenten in de zin van menskracht, financiële en organisatorische middelen. Het afgelopen decennium heeft stedelijke vernieuwing veel bereikt in de probleemwijken van tien jaar geleden.
 Output 10 (uitverkocht)
"Gebiedsontwikkeling staat of valt met goed opdrachtgeverschap", aldus Friso de Zeeuw, praktijkhoogleraar Gebiedsontwikkeling TU Delft en Fred Schoorl, directeur Nirov. Zij doen deze uitspraak in deze door hen samen uitgegeven publicatie. Aanleiding voor het maken van de publicatiewas de Week van de Gebiedsontwikkeling eind 2006 aan de TU Delft. De publicatie is tot stand gekomen naar aanleiding van de Week van de Gebiedsontwikkeling eind 2006 aan de TU Delft en door het Nirov-meerjarenprogramma Gebiedsontwikkeling geënitieerde verdiepende interviews met verschillende opdrachtgevers.
 Output 9
De slechte verkeersontsluiting van veel Vinex-locaties toont aan dat een goede verknoping van de infrastructuur met een nieuwe wijk of kantoorlocatie een complexe opgave is. In deze Output beschrijven Willem Buunk en Raymond Linssen een aantal projecten waar deze mobiliteiteitsgerichte gebiedsontwikkeling met succes is toegepast.
Aan bod komen onder andere W4 Leiderdorp, de Zuidas, de N201 Aalsmeer en de Eindhovense A2-zone en Flightforum. Het zijn enkele van de weinige voorbeelden waarin overheden en bedrijven erin zijn geslaagd de meerwaarde te benutten van een goede samenhang van de ontwikkeling van het vervoerssysteem (wegen en OV) met de ontwikkeling van stad of dorp. Deze voorbeelden laten zien dat mobiliteitsgerichte gebiedsontwikkeling de nieuwe praktijk moet worden voor de ontwikkeling van steden en regio's.
 Output 8
In 2006 gingen een kleine 200 professionals op excursie naar 6 van de 56 wijken. Tijdens ieder bezoek stond één thema centraal. Dit thema werd aangesneden vanuit de praktijk van de gastheer. Na een wandeling waarin het verhaal concreet werd, was het aan de deelnemers om kritisch te reflecteren en ervaringen uit te wisselen. Leren in en met de praktijk dus.
Deze publicatie geeft een impressie van de zes excursies die het Nirov in samenwerking met het ministerie van VROM in 2006 organiseerde naar Helmond, Leiden, Maastricht, Deventer, Rotterdam en Utrecht. Binnen elk thema wordt aangegeven waar de problemen zich in de praktijk op toespitsen en hoe ze opgepakt kunnen worden.In de epiloog worden de belangrijkste conclusies en lessen uitgelicht.
 Output 7
Als tegenhanger van het adagium Bouwen, bouwen, bouwen daagt het Nirov-Meerjarenprogramma Wonen (2005 – 2007) de vakwereld uit om tot meer kwaliteit voor het wonen te komen. De aandacht vestigt zich gemakkelijk op de middeninkomens. De wens de kloof tussen huur en koop over te springen is daar immers het grootst. En markt bieden voor woonwensen uit deze grote groep blijft moeilijk, maar loont. In deze Output dienen de drie pijlers van het Grotestedenbeleid, fysiek, economisch en sociaal, als kapstok. Het vraagstuk van de maatschappelijke integratie van bewoners in achterstandsbuurten moet natuurlijk integraal worden opgepakt. ''Er moeten weerbare wijken ontstaan'', riep Martien Kromwijk op het Nirov-begrotingsdebat. Dat begint bij mensen. Om daarin succesvol te zijn, blijft het belangrijk argumenten vanuit de diverse invalshoeken op tafel te krijgen.
 Output 6
Deze publicatie markeert het einde van de excursies binnen het Innovatie Programma Stedelijke Vernieuwing (IPSV). Dit boekje biedt ”˜a room with a view'. Vier onderwerpen die tijdens de IPSV-excursies, soms zijdelings, soms onverwachts, ter sprake kwamen, worden in column-achtige essays behandeld en ingekleurd met een praktijkvoorbeeld. Het geeft een inzicht in een aantal van de open eindjes van het IPSV programma en de ontwikkelingsrichtingen in de stedelijke vernieuwing. Ook de komende jaren zal het Nirov in opdracht van het ministerie van VROM excursies blijven organiseren.
 Output 5
De afgelopen jaren hebben professionals in de ruimtelijke ontwikkeling via publicaties, trainingen, studiedagen en vakexcursies kennisgemaakt met het nieuwe fenomeen gebiedsontwikkeling. Sommige vakgenoten zijn hiermee intensief aan de slag gegaan, waardoor een nieuwe beroepscategorie is ontstaan: de gebiedsontwikkelaars. Intussen verscheen in april 2006 op initiatief van Habiforum, Nirov en het ministerie van VROM ”˜NederLandBovenWater, een praktijkboek voor gebiedsontwikkeling', gebaseerd op de eerste ervaringen van bestuurders en professionals met ontwikkelingsprojecten. Kenmerkend voor een proces als dit is het ''trial and error'' karakter. Verspreid over het land en in diverse situaties wordt gezocht naar een nieuwe benadering en naar nieuwe oplossingen. Daardoor is het werkveld nogal onoverzichtelijk. De behoefte aan informatie en met name het delen van nieuwe kennis is groot. Gebiedsontwikkeling is kortom actueel, nieuw en zeer in beweging. Deze Output hoopt een helder beeld te scheppen van de huidige ontwikkelingen.
 Output 4
De aandacht voor stedelijke netwerken is groeiende. De Nota Ruimte wees enkele stedelijke netwerken aan zoals Brabantstad, Groningen-Assen, en Tripool Limburg. Ook de Randstad wordt beschouwd als samenhangend netwerk, hoewel soms opgedeeld in een Noord- en Zuidvleugel en een Groene Hart. In deze Output gaat Geert Teisman, hoogleraar Bestuurskunde aan de Erasmus Universiteit, in op de vraag of stedelijke netwerken indicatief zijn voor nieuwe bestuurlijke inzichten en een daaraan gekoppelde beleidsomslag. Of gaat het om een modieus ruimtelijk concept, waarover korte tijd wordt gesproken maar dat daarna terechtkomt in de vergaarbakvan concepten die het niet haalden?
 Output 3
N.B. Output 3 is uitverkocht. U kunt deze niet meer bestellen.
In 1999 definieert het Nirov een ambitieuze opgave: het bereiken van "een vooraanstaande rol op hetkruisvlak van infrastructuur, mobiliteit en ruimtelijke ordening." Een niet geringe ambitie. Te meer daar tegelijkertijd geconstateerd wordt dat ruimtelijke ordening nog altijd sterk is gericht op het ordenen van wonen en werken en te weinig op de mogelijkheden van infrastructuur als drijvende kracht. Inmiddels is het 2006 en enkele versies van nationale ro- en verkeersnota''s verder. Deze Output maakt de balans op van de beleidsinhoudelijkeveranderingen tussen 2000 en 2005. Daarbij ligt de nadruk op de vraag of en hoe in de ogen van een aantal betrokkenen de thematiek op het grensvlak van ruimte, infrastructuur, en mobiliteit in beweging is.
Met interviews met Peter Walbeek (ministerie VROM, DG Ruimte), Jaap Renkema (ANWB), Michiel Beck en Jaap van der Zwart (ministerie V&W,DG Personenvervoer), Bertus Postma (dS+V), Arnoud Mouwen (AGV Adviseurs), Hans Slappendel (Bouwfonds), Rianne Zandee en Wim van Tilburg (KpVV), en Han Wieringa (OV-netwerk Brabantstad).
 Output 2
Zeeland betekent water, en alle grote ruimtelijke opgaven hebben te maken met water. Maar de Provincie Zeeland zit strak ingesnoerd in het korset van het reeds dertig jaar oude, sectorale Deltaplan. Ontwikkelingsplanologie, ook wel gebiedsontwikkeling genoemd, lijkt in veel gevallen een oplossing om gebiedsgericht en integraal regio's versneld tot ontwikkeling te brengen. Tijdens de Expeditie Zeeland reisde een groep RO-professionals op uitnodiging van het Nirov langs een aantal projecten. Ontwikkelingsplanologie lijkt het best te werken als de drijvende kracht uit het gebied zelf komt, maar soms kan een van buitenaf opgelegde opgave, bijvoorbeeld natuurcompensatie, in een regio tot ongekende krachtsverschuivingen leiden. Deze Output doet daar verslag van en beschrijft hoe de provincie Zeeland gebiedsontwikkeling toepast.
 Output 1
Met de komst van de Nota Ruimte is ruimtelijk beleid integraal beleid geworden. De nadruk is komen te liggen op een constructieve samenwerking tussen publieke, private, en particuliere partijen. Deze werkwijze wordt aangeduid als ontwikkelingsplanologie. Deze Output belicht de essentie daarvan en geeft actuele voorbeelden uit de (water)praktijk, zoals Blauwe Stad, Maasbommel, Roombeek, Westerwolde, en de Overdiepse polder. Met een voorwoord van Lenie Dwarshuis-van Beek, gedeputeerde van de provincie Zuid-Holland.
x
Voer hieronder uw e-mailadres in en u krijgt uw gegevens toegestuurd.