

Duurzaam bodemgebruik staat hoog op de Tilburgse agenda. De bodem van de Tilburgse Spoorzone wordt de komende jaren gesaneerd zodat dit omvangrijke binnenstedelijke gebied kan worden getransformeerd. Hoe schoon de bodem moet worden, hangt af van hoe groot het verontreinigingsprobleem is en in welke context het gebied zal gaan functioneren. "Er hoeft ook weer geen witlof te worden gekweekt," aldus Siert De Vos, kwartiermaker Duurzaamheid Stationsgebied Utrecht, tijdens deze laatste excursie in de reeks Duurzaam Binnenstedelijk Bouwen.
De ontwikkeling van de Spoorzone is noodzakelijk omdat het huidige centrum te klein is voor de twintigduizend Tilburgers. Vergroting en versterking stimuleert de economie en de Spoorzone moet in de toekomst het culturele dynamische hart van de stad worden, licht Marieke Moorman (wethouder van o.a. milieu) tijdens de excursiebijeenkomst toe. Bij de ontwikkeling van de Spoorzone speelt duurzaamheid een belangrijke rol. Als de gemeente Tilburg geen milieumaatregelen neemt, is de stad in 2080 klimaatneutraal. Neemt de gemeente wél de nodige maatregelen, dan kan het maar liefst 35 jaar eerder (in 2045) klimaatneutraal zijn. Genoeg reden dus om duurzame oplossingen nu reeds in te bedden in de transformatieplannen.
Ontwikkeling Spoorzone
De Spoorzone (55 hectare) bestaat uit verschillende stadsdelen. Tezamen vormt het een groot langgerekt binnenstedelijk gebied, dat door het centrum van Tilburg loopt van de Ringbaan West naar de Heuvel. Het grootste en belangrijkste deel (het kerngebied) bestaat uit de NS werkplaats, de omgeving van het station Tilburg (inclusief de hallen) en de aansluiting naar zowel de binnenstad als de woonwijk Theresia.
Het eigendom van de Spoorzone is inmiddels in handen van de gemeente, die het gebied tot 2010 verhuurt aan NedTrain. Voor de ontwikkeling van de Spoorzone is Tilburg op zoek naar een mederisicodragende ontwikkelaar. De selectie hiervan, door middel van een Europese aanbesteding, is inmiddels in volle gang. Het is de bedoeling dat gemeente en marktpartijen in verschillende constructies, waaronder PPS, gaan samenwerken. De gemeente zal de regie voeren, maar daarnaast mogelijk ook een rol als mederisicodragend investeerder vervullen.
De opgave
| Minimaal | Maximaal | |
| Woningen | 1750 | 2150 |
| Kantoren, recreatieve voorzieningen | 50.000 m2 | 120.000 m2 |
| Winkels/commerciële voorzieningen | 10.000 m2 | 15.000 m2 |
| Maatschappelijk-culturele voorzieningen | 30.000m2 | 60.000 m2 |
| Openbaar gebied | 200.000 m2 | 225.000 m2 |
| Parkeren | 4000 p.p. |
Tilburg en duurzaamheid: bodemsanering
Op het gebied van duurzaamheid heeft de gemeente Tilburg een aantal opgaven geformuleerd. Behalve de groenopgave, het ondergronds afvoeren van afval, het terugdringen van geluidhinder en het verbeteren van de luchtkwaliteit, is de belangrijkste opgave de bodemsanering. Als gevolg van jarenlange intensieve industrie is de bodem van de Spoorzone behoorlijk verontreinigd. Samen met het adviesbureau The Three Engineers (TTE) heeft de gemeente Tilburg gekeken naar de mogelijkheden om de sanering te combineren met warmte-koude-opslag (WKO). Maar men heeft eerst het begrip duurzaamheid voor zichzelf gedefinieerd, alsook wat de precieze opgave is die er voor de Spoorzone ligt. Vervolgens zijn hier diverse scenario’s voor onderzocht.
Arthur van de Velde (TTE) geeft aan dat uiteindelijk de integrale gebiedsgerichte aanpak de voorkeur kreeg, boven een sectorale aanpak. Hij heeft daartoe twee scenario’s geschetst: een zelfvoorzienend scenario (“wat kan ik extra doen voor de spoorzone’’) en een energieproducerend scenario. Voor dit laatste scenario is het noodzakelijk dat er verschillende voorinvesteringen worden gedaan, die naderhand ook weer worden terugverdiend.
De gemeente Tilburg heeft uiteindelijk gekozen voor een gebiedsgerichte aanpak van het diepe grondwater in combinatie met WKO. Het diepe grondwater zal worden gebruikt voor de toepassing van WKO op grote schaal. De CO2-uitstoot zal hierdoor drastisch worden teruggebracht. Daarnaast levert deze aanpak schoon grondwater op.
Bij WKO worden waterhoudende bodemlagen gebruikt om warmte en koude in op te slaan. In de zomer wordt het koude grondwater gebruikt om bijvoorbeeld gebouwen te koelen. Het opgewarmde water wordt in de bodem opgeslagen en in de winter gebruikt om gebouwen te verwarmen. Het werken op een groter schaalniveau levert winst op in termen van geld en tijd.
WKO-concepten
Bodemsanering in combinatie met WKO kan op verschillende manieren. De eerste manier is de combinatie door menging, de zogenaamde biowasmachine. De biowasmachine versnelt door middel van bouwactiviteiten de beweging van het grondwater. Deze beweging zorgt voor een gecontroleerde verspreiding van de verontreiniging en stimulering van de biologische afbraak. (Zie ook
www. Cu2030.nl).De biowasmachine is echter gebonden aan het gebruik van specifieke materialen. Voor Tilburg is deze methode minder geschikt gebleken.
De tweede manier van sanering en WKO is de geohydrologische beheersing. Dit is een klassiek concept waarbij de verontreiniging niet wordt verplaatst. Bij geohydrologische beheersing wordt het grondwater onttrokken door middel van verticale filters, Hierdoor ontstaat er een grondwaterstroming in de richting van de onttrekkingsmiddelen/plaatsen, waardoor de grondwaterverontreiniging zich niet meer verspreidt. Geohydrologische beheersing is met name van toepassing op gevalsniveau.
De derde manier is de zgn. de on-site zuivering. Hierbij dient een zuiveringsinstallatie als tussenschakel. De verontreinigde grond wordt afgegraven en ter plaatse gereinigd en teruggestort Door op deze manier te zuiveren wordt de concentratie op de betreffende locatie verlaagd.
Het vierde concept stimuleert het afbreken van de verontreiniging, door substraten, bacteriën en nutriënten toe te voegen. Bij deze methode is echter het risico aanwezig van putverontreinigingen.
Volgens de Wet Bodembescherming mag verontreiniging niet worden verplaatst. Binnen de huidige aanpak van deze wet valt o.a. de aanpak van verontreiniging op gevalsniveau. Op dit moment werkt VROM aan besluitvorming omtrent gebiedsgerichte en integrale benadering van verontreinigen in diep grondwater.
Fietstocht
Onderdeel van de excursie is een fietstocht door de Spoorzone. Hoewel er nog weinig is gerealiseerd, is de ontwikkelopgave wel goed zichtbaar. Direct naast het inmiddels gerealiseerde Interpolis-gebouw. ligt een openbaar toegankelijk park dat door Interpolis is ontwikkeld. De verzekeraar draagt ook zorg voor het beheer van het park. In het kerngebied van de Spoorzone, waar de NS-werkplaats zich bevindt, komt ook een nieuwe Verkade-fabriek, met een totale oppervlakte van 1.5 ha. Met een open opzet zal de hal worden gebouwd volgens de formule die ook bij de Westergasfabriek in Amsterdam is toegepast. Lucien Kuijsters (gemeente Tilburg) licht de plannen toe om in deze hallen een groot onderwijs- en cultuurcluster te realiseren. Hij geeft daarbij overigens aan dat het door de huidige crisis, nog wel een zorg is om voldoende financiële middelen bijeen te krijgen voor de realisatie van de ambitieuze plannen. Bij het station valt de aangeplante hulst tenslotte op. Hulst zorgt voor de opname van fijnstof en is dus op diverse plaatsen te vinden rondom het station.
.jpg)
Conclusies
Uit de toelichtingen die de sprekers tijdens deze excursie hebben gegeven blijkt dat het moment waarop duurzaamheid wordt ingezet erg belangrijk is: wanneer dit bij de planvorming reeds wordt ingebed, is de kans groter dat duurzaamheid ook daadwerkelijk succesvol wordt.
De aanpak van de gemeente Tilburg illustreert dit. In deze gemeente heeft men duurzaamheid aan de voorkant van alle planprocessen ingestoken met een behoorlijke kans op succesvolle duurzame realisatie van de Spoorzone als resultaat.
In het Utrechtse stationsgebied is men echter al een aantal jaren bezig met planvorming en ontwikkeling. In de beginfase was duurzaamheid nog niet zo’n thema als dat het nu is. Hierdoor is duurzaamheid nog niet in de planvorming meegenomen. Op basis van die plannen zijn er inmiddels al diverse contracten met marktpartijen afgesloten. Om duurzaamheid nu alsnog in de plannen op te nemen, is geen gemakkelijke opgave. Op z’n minst zou dit betekenen dat verschillende contracten moeten worden herzien of opengebroken. De gemeente Utrecht probeert nu om een en ander zó aantrekkelijk te maken dat partijen, ook zonder contractwijziging, tóch het duurzaamheidsaspect in de plannen willen opnemen.
Wat betreft de regelgeving op gebied van bodemsanering valt er nog wel wat te veranderen.. Zo mag volgens de Wet Bodembescherming (wbb) verontreiniging niet worden verplaatst. Echter, als er voor een gebiedsgerichte aanpak van sanering wordt gekozen, valt er eigenlijk niet te ontkomen aan het verplaatsen van de verontreiniging. het is dan ook zeer wenselijk dat de wbb hierop wordt aangepast.
Door verschillende partijen wordt de regelgeving als rigide ervaren. Angela Uytdewilligen (VROM/LOK) nuanceert dit echter door aan te geven dat het probleem vaak niet in de regelgeving zit maar in kennis en kunde van de gebruikers, zoals gemeenten, en in de besluitvorming. Binnen de regels is er veel mogelijk. Wel geeft zij aan dat de regelgeving ingewikkeld is en eenvoudiger, en dus gebruiksvriendelijker, zou kunnen worden opgesteld.
Bij de zoektocht naar een duurzame oplossing voor bijvoorbeeld verontreinigde grond is het belangrijk om af te wegen welke winst er kan worden geboekt en ten koste van welke risico’s. Zo kan een verontreinigde bodem prima functioneel worden gesaneerd, wanneer er geen sprake is van acute (gezondheids) risico’s. In die gevallen kan functioneel saneren een prima optie zijn, in afwachting van mogelijk snellere, betere en goedkopere saneringstechnieken die op termijn ontwikkeld worden. Immers, er hoeft niet overal witlof te worden gekweekt: niet in de spoorzone Tilburg en ook niet op het stationsgebied van Utrecht.