

Voormalig minister Winsemius luidde een half jaar geleden de noodklok voor veertig brandhaarden. Sindsdien staan probleemwijken weer hoog op de (politieke) agenda. Allerlei deskundigen buitelen op televisie, in kranten en vakbladen en tijdens congressen over elkaar heen om maar te laten merken dat zij wel weten hoe die wijken moeten worden aangepakt.
Oorlogstaal werd alom gebezigd: er moesten aanvalsplannen opgesteld worden, wijken moesten heroverd worden, wijken moesten weerbaar worden. En er moest vooral geld, veel geld komen! Stenenstapelaars (projectontwikkelaars en woningcorporaties) gingen in discussie met de sociale sector: wie heeft het primaat, wie heeft het al die tijd niet goed gedaan, wie moet het oplossen? Want dat het anders moet, daar is iedereen het wel over eens.
Het nieuwe kabinet, bij monde van minister Vogelaar, heeft er nog een schepje boven op gedaan. Ze heeft veertig wijken aangewezen die binnen tien jaar tijd moeten veranderen van probleemwijken in prachtwijken. Op die lijst prijken heel wat wijken die al tientallen jaren te boek staan als probleemwijk. Wijken waar al veel beroepskrachten en bewoners tijd en energie in hebben gestoken om het leefklimaat te verbeteren. Wijken waarin ook al veel geld is geïnvesteerd. En die moeten dan nu in tien jaar tijd eindelijk transformeren in prachtwijken? Het zal me benieuwen. Het veronderstelt immers dat alle inspanningen van de afgelopen jaren niet goed zijn geweest en dat dit kabinet wel even laat zien hoe het wel moet.
Lokale bestuurders sluiten zich hierbij aan. Ze willen ook graag profiteren van de landelijke aandacht. Een mooi voorbeeld is de bewonersmiddag die opeens bijgewoond moest worden door de burgemeester. Nu een wijk in zijn gemeente op de Vogelaar-lijst staat wil hij wel zijn gezicht laten zien. Met als gevolg dat alles en iedereen moest wijken, alle agenda's moesten omgegooid worden omdat de burgemeester erbij wilde zijn. De bewoners zelf en de beroepskrachten die dagelijks in de wijk bezig zijn, konden er bijna niet bij zijn. En natuurlijk stond de burgemeester de volgende dag in de krant, alsof hij het allemaal zelf heeft bedacht en uitgevoerd. Of neem die wethouder van de gemeente Schiedam die op de regionale televisiezender vertelt dat hij er hoogstpersoonlijk voor zal zorgen dat het vernieuwingsproces zal worden afgemaakt. Zoals hij het zegt, lijkt het een fluitje van een cent.
Maar wijken zijn nooit af. Ze zijn continue in verandering. Allerlei maatschappelijke ontwikkelingen hebben hun weerslag op het functioneren ervan. Wijken maken een cyclische ontwikkeling door. Dit proces volgen, bijsturen, stimuleren wordt ook wel urban management genoemd. Als we goed naar wijken blijven kijken en letten op kleine veranderingen, hoeven we wellicht in de toekomst niet meer zo te schrikken als er ‘opeens’ weer probleemwijken bij komen. Heb oog voor het alledaagse. Het alledaagse kan een voorbode zijn van een grote verandering.