

Dit was de belangrijkste conclusie uit een onderzoek door studenten van de masteropleiding Bestuur en Management van Complexe Ruimtelijke Vraagstukken aan de Erasmus Universiteit. Donderdag 21 februari 2008 presenteerden zij op de NDSM werf in Amsterdam hun onderzoeksresultaten. Ook in dit derde jaar werden de studenten begeleid door professor Teisman. De volgende hoofdvraag stond centraal in het onderzoek: 'Hoe is de relatie tussen het stedelijk netwerk/provincie en de stadsregio op het gebied van infrastructuur en mobiliteit en hoe kunnen ze elkaar versterken?'
Opdrachtgever van het onderzoek was het ministerie van VROM. Bij het onderzoek zijn de Regio Randstad, Stadsgewest Haaglanden, Stadsregio Amsterdam, Provincie Overijssel, Regio Twente, SRE en Brabantstad betrokken geweest. Het Nirov begeleidde (samen met de Erasmus Universiteit) het onderzoek en organiseerde de slotbijeenkomst waarop de resultaten werden gepresenteerd. De studenten werden onderverdeeld in drie groepen die elk een regio onderzochten: de Randstad, Twente en Brabant.
Randstad
De groep studenten die relaties in de Randstad onderzocht hebben, concludeert dat de stadsregio's en stedelijke netwerken in de Randstad samenwerking op vleugelniveau prefereren boven samenwerking in de Randstad. Dit hangt samen met het gebrek aan een Randstadbelang waaraan de partijen kunnen toetsen of samenwerking op Randstadniveau gewenst is. In de Zuidvleugel bestaat veel concurrentie, zowel tussen de verschillende partijen in de Zuidvleugel als tussen de Zuidvleugel en de Noordvleugel. De samenwerking in de Noordvleugel loopt soepeler. Economisch gaat het beter in de Noordvleugel en daar wordt de concurrentie met de Zuidvleugel minder gevoeld. De grote ego's van enkele Randstad- en Zuidvleugelbestuurders zouden de samenwerking ook beïnvloeden. Samenwerking blijft namelijk afhankelijk van de poppetjes.
Twente
De Regio Twente wil zich eensgezind profileren, maar heeft te kampen met een interne tweedeling. Dat is een van de belangrijkste conclusies uit het onderzoek in de regio Twente. De tweedeling tussen landelijke en stedelijke gemeenten vraagt om heldere, interne verhoudingen. Maar de studenten pleiten bovendien voor meer netwerkvorming. Een netwerkteam van policy entrepreneurs (beleidsmakelaars) moet het mogelijk maken om te kunnen makelen en schakelen tussen lokaal, regionaal en provinciaal belang. Vanwege de onafhankelijke en onpartijdige positie van de provincie pleiten de studenten ervoor om dit netwerkteam onder de provincie te plaatsen. Op deze manier wordt zowel vormgegeven aan netwerkvorming als de versterking van de positie van de provincie. De deelnemers zijn kritisch en stellen dat de rol van beleidsmakelaars niet meer werkt zodra ze geïnstitutionaliseerd zijn. De provincie wil daarnaast geen sterkere rol vervullen. Kan een dergelijk team ook extern functioneren? Wellicht zou dat dan een uitkomst bieden.
Brabant
In Brabant lijkt de samenwerking beter te gaan dan in de andere regio's. Wat is het geheim van de Brabantse samenwerking? Programmatisch werken en denken is belangrijk en lukt in Brabant.
Dit komt door het volgen van de volgende drie stappen:
1. Vanuit de eigen sterktes het eigen belang formuleren
2. Wheelen en dealen in een proces van geven, nemen en gunnen
3. Kiezen voor enkele prioriteiten en die in het uitvoeringsprogramma opnemen
Bestuurlijke duo's
Uit de afsluitende discussie bleek dat bij samenwerking in de bestuurlijke duo's de bestuurders elkaar gevangen houden omdat ze verantwoordelijk zijn voor elkaars projecten. 'Hoe meer trekkers van een project, hoe meer doorzettingsmacht' is het motto. Bestuurders willen ook projecten. Het is zelfs zo dat een bestuurder zonder project er één verzint of met een ander project aan de slag gaat. De Gemeente Amsterdam stuurt voor belangrijke projecten altijd duo's op pad. Wel moet de bestuurlijke stijl en statuur passen bij de opdracht. Bestuurlijke duo’s zijn door het huidige kabinet geïntroduceerd en zijn bedoeld als scharnier tussen verschillende bestuurslagen. De duo's worden gevormd door een bewindspersoon en een regionale bestuurder. Maar in de praktijk is het voor de ene helft van het duo toch lastig om de andere helft te bellen als het misgaat. Er spelen namelijk meer belangen dan slechts de bestuurlijke opgave waar het duo zich aan gecommitteerd heeft. De les die hier geleerd kan worden is dat de opgave waar het bestuurlijke duo aan moet gaan staan passend moet zijn bij de statuur van het duo. Ook moet de portefeuille in overeenstemming zijn met de opgave.
Vertrouwen, commitment en een gemeenschappelijk belang zijn belangrijke ingrediënten voor regionale samenwerking. De ambiguïteit in het accepteren van de grilligheid van netwerkvorming en het erkennen van de wens naar orde en structuur. Die ambiguïteit is de werkelijkheid van de huidige complexiteit waar bestuurlijk Nederland mee te maken heeft bij regionale samenwerking. De een noemt dit een dilemma, de ander noemt het een uitdaging.