Home / Nieuws / Nieuws Items
Koester gebiedsontwikkeling als beschavingsoffensief
Column van Peter van Rooy, programmaleider Gebiedsontwikkeling
18-07-2007 | Aantal x gelezen: 2541 | Aantal reacties: 0

In Peter van Rooy's beleving is 1960 een markant moment in onze ruimtelijke geschiedenis. In dat jaar verscheen de Eerste Nota over de Ruimtelijke Ordening. Vanaf hetzelfde jaar rukten de bulldozers van de ruilverkaveling als pantservoertuigen in ijl tempo op tot in de haarvaten van het platteland. Aan de randen van steden verrezen grote uitleglocaties. Vanaf 1960 neemt ook de gemiddelde welvaart gestaag toe, een proces dat nu na bijna vijftig jaar nog onverminderd voort gaat.

Inmiddels heeft een op de twee Nederlanders een auto, telt ons land een klein miljoen tweede woningen, schieten belevingslocaties als paddestoelen uit de grond, heeft een beetje gemeente het aantal bedrijventerreinen en kantoorlocaties minimaal verdrievoudigd, wordt de capaciteit van Schiphol continu uitgebreid en zijn koeien en kippen verpakt in metalen schuren. Als we ons landschap zien als de huid van de aarde, hebben we zoveel verminkingen aangebracht dat iemand die vijftig jaar geleden is geëmigreerd bij terugkomst zonder twijfel gedesoriënteerd raakt. Uit pure onwetendheid en onverschilligheid, dansen en bouwen we op nog open littekens.

Steeds meer mensen zijn er van overtuigd dat het anders moet. Zo hebben mensen als Mels Crouwel en Willem van Toorn, ongetwijfeld vanuit vergelijkbare zorgen over de kwaliteit van onze ruimte, de aanval ingezet op de Nota Ruimte. Sybilla Dekker zou alles hebben willen verkwanselen aan marktpartijen die slechts verantwoordelijkheid nemen voor hun portemonnee. Ook in provincies en gemeenten toonden beide auteurs weinig vertrouwen. Het rijk zou met krachtige hand moeten optreden. Decentraal kan amper wat, dus centraal wat moet. De landschappelijke rommel waar zij zich terecht over opwinden is echter niet het gevolg van de Nota Ruimte. Zo snel gaat het niet met de uitvoering van beleid.

Het huidige verrommelde landschap is eerder het gevolg van het generieke maakbaarheidsdenken dat onder meer sprak uit de vier Nota’s over de Ruimtelijke Ordening. Dit werkt ruimtelijke onverschilligheid in de hand, terwijl landschappelijke betrokkenheid en trots juist een randvoorwaarde zijn voor kwaliteit. De keuze van het vorige kabinet voor duurzame en dus integrale gebiedsontwikkeling is een fundamentele trendbreuk. Over vijftig jaar kijken we terug en tekenen dan hopelijk op dat 1960 en 2005 twee markeringspunten zijn in het omgaan met ruimte.

Gebiedsontwikkeling is een beschavingsoffensief. We gaan uit van de identiteit van een gebied, we geven opnieuw betekenis aan het aanwezige erfgoed, bewoners en professionals gaan met elkaar het gesprek aan, uit eventuele rode baten kunnen groenblauwe investeringen mede worden bekostigd, de lange termijn telt minstens zo zwaar als de korte termijn en alle betrokkenen gaan voor het gezamenlijk best haalbare. De eerste voorbeelden van gebiedsontwikkeling tonen dat dit geen illusie is, maar binnen bereik ligt. Nederland kan echt veel verder komen dan tot zwakke en uit economische motieven bereikte ruimtelijke compromissen.

Gebiedsontwikkeling verdient een faire kans om zich te kúnnen bewijzen. Ik pleit ervoor dat ook het huidige kabinet er met kracht op in zet en centraal doet wat moet. Zo staat het rijk wat mij betreft aan de lat om programma’s te maken voor het Groene Hart en het IJsselmeergebied, waarna regio’s met congruente gebiedsontwikkelingen aan de slag kunnen. Gebiedsontwikkeling vereist een transitie in denken en handelen en vereist nieuwe vaardigheden. Dit komt niet uit de lucht vallen. Sterker nog, het is hard werken. Binnen het programma NederLandBovenWater investeert een mix van twintig publieke en private partijen in nieuwe kennis. Deze kennis wordt via diverse opleidingen, waaronder De Praktijkacademie, tot leven gebracht in mensen die binnenkort het verschil gaan maken.

x
Voer hieronder uw e-mailadres in en u krijgt uw gegevens toegestuurd.