Home / Nieuws / Nieuws Items
Investering(s)klimaat
15-02-2007 | Aantal x gelezen: 2445 | Aantal reacties: 0

Het regeerakkoord is bekend. Balkenende, Bos, en Rouvoet koersen op zes pijlers, waarvan de ‘duurzame leefomgeving’ er een is. Schoner en zuiniger is daarbij de leus. We moeten gaan investeren om ons land ruimtelijk echt anders in te richten.

Nederland moet grote stappen gaan zetten om tot de Europese top te gaan behoren. Minister van VROM Winsemius sprak onlangs in dagblad Trouw over forse ‘ongetemde uitdagingen’ die ons moeten dwingen groter te gaan denken met meer bestuurlijke visie, durf en creativiteit. Een van die uitdagingen betreft de klimaatverandering en de aanpassingen die nodig zijn aan de gevolgen. Want als er iets ‘hot’ is, is het dat wel. We moeten alert worden en aan extremere natuurfenomenen gaan wennen, is de grote boodschap.

Dat wennen valt niet altijd mee. Denk maar aan ons ‘etmaal storm’ van vorige maand, die de wegen in ons land helemaal op slot zette, niet in het minst omdat iedereen werd geadviseerd voor de storm uit naar huis te gaan. We lezen allemaal dat klimaatscenario’s met steeds hardere gegevens de onomkeerbare veranderingen wereldwijd beschrijven. Gelukkig gaat daarmee het onzinnige, vooral door de media opgevoerde debat tussen de ‘klimaatbelievers’ en -‘sceptici’ steeds meer verstommen.

Nederland krijgt te maken met natte voeten door zeespiegelstijging, piekbuien, drogere zomers en veel meer afvoer van rivierwater. We zijn straks ook gezegend met een meer mediterraan klimaat, dat weer nieuwe economische mogelijkheden biedt voor landbouw en toerisme. Het lijkt dan ook erg onwaarschijnlijk dat een rijk, ontwikkeld land als Nederland, gelegen in een delta, niet zou kunnen profiteren van de gevolgen van klimaatverandering. Maar gidsland worden, vraagt natuurlijk wel om fors investeren en innoveren. Daar zou het nieuwe kabinet hoog op moeten inzetten. Het is bittere noodzaak door de internationale concurrentie en de klimaatverandering om ons land ruimtelijk echt anders in te richten.

De zorg om het weerbericht van de 21ste eeuw, is niet nieuw. Al jaren houden klimaatwetenschappers pleidooien over ‘adaptatie’, dat wil zeggen de aanpassing van het ruimtegebruik aan de gevolgen van klimaatverandering. Deze eeuw wordt alles wél heel anders, belooft men. Samenwerking tussen wetenschappers, beleidsmakers en bestuurders is harder dan ooit nodig en de roep om meer en diverse scenario’s vanuit de planbureaus klinkt daarbij luider en vaker. Al die scenario’s moeten het politieke domein voeden. Natuurlijk zijn “Allemaal De Randstad Uit”, of ‘Hoger-Op-Het-Zand’(de Van Leers-variant) weinig realistisch. Maar het zijn wel scenario’s die tot nadenken stemmen.

Klimaatverandering is nauwelijks iets voor de lokale onderhandelingstafel. Er moet hoe dan ook centrale regie op en dat kan alleen met een ontkokerde rijksoverheid. Het nationaal Adaptatieprogramma Ruimte en Klimaat (ARK) is zo’n voorbeeld van een overheid die zich minder sectoraal opstelt tegenover klimaatverandering. Er wordt veel verwacht van het ARK. Dit programma moet ons eindelijk inzicht geven hoe we met de gevolgen van de klimatologische veranderingen willen omgaan en welke condities voor stedelijke ontwikkeling en natuurontwikkeling daaraan verbonden kunnen worden. Immers, Nederland klimaatbestendig maken, betekent bovenal bezinning op andere vormen van landgebruik. Daarbij staat bescherming tegen overstromingen nog altijd met stip op één. Maar als adaptatieprogramma’s en -projecten slagen, betekent dit ook grote kansen voor het creëren van nieuwe ruimtelijke kwaliteit. Denk aan de complexe ruimtelijke wateropgaven zoals de dubbelstad Amsterdam-Almere en de gebiedsuitwerking Haarlemmermeer. Of aan de experimenten met Anders Bouwen (EMAB) langs de rivieren en innovatieve kustontwikkeling met megaduinen of eilanden. Wanneer we deze en andere nieuwe mogelijkheden meer willen verkennen, zijn een paar afspraken beslist noodzakelijk: stel een goed kader, op, maak heldere keuzes en bepaal wat onder centrale regie moet gebeuren. Daar heeft Nederland niet alleen behoefte aan. Daar zou een ‘ministerie van ruimte en water’ prioriteit aan moeten geven.

Onze ‘forse ongetemde uitdaging’ is om te gaan experimenteren met ‘trial and error’ projecten die daadwerkelijk innoveren . Om daarna de ongekende springplanken te gaan nemen naar meer grootschaliger toepassingen. Daar moeten we én klimaatbestendig én slimmer in durven investeren, aldus de VROM-raad. Want buiten is het menens.

‘Het is overduidelijk wat de straf is als het milieu in Nederland niet met succes wordt beheerd’, zo spiegelde een aantal jaren terug hoogleraar Jared Diamond uit Los Angeles ons voor. In datzelfde Amerika toont ex-bodybuilder/acteur Schwarzenegger als senator opnieuw zijn spierballen, want op het gebied van klimaatkennis wil hij zijn staat wereldkampioen laten worden. Die competitie moeten wij natuurlijk aan willen gaan. Het veranderende klimaat biedt een dubbele kans: ons land ruimtelijk klimaatbestendig maken én gidsland worden in Europa. Een sterke thuismarkt creëren van toegepaste adaptatiekennis biedt een meer dan uitstekend exportproduct waar we in andere deltagebieden goed mee voor de dag kunnen komen!

x
Voer hieronder uw e-mailadres in en u krijgt uw gegevens toegestuurd.